Archive for January, 2010

Creative destruction; deconstructie van het liberale argument

January 26, 2010

Dit artikel is geschreven als reactie op de stelling: “Als we het kapitalistisch systeem, in pure vorm, zijn werk hadden laten doen, dan zouden we nu niet in de problemen zijn gekomen. We moeten de oplossingen voor deze crisis dan ook niet in regulering zoeken. We moeten vertrouwen op het proces van ‘creative destruction’ binnen het kapitalisme.” [zie hier]

Het blijft fascinerend hoe dubbel de vrije-markt-ideologie in elkaar steekt: enerzijds moet alles overgelaten worden aan het vrije spel van de markt (laissez faire), anderzijds moeten derden (die geen deel uitmaken van dat spel) zorgen voor de externalities (infrastructuur, milieu, rechtszekerheid) en toezicht houden. M.a.w: deregulatie, maar dingen moeten wel geregeld zijn. Als alles vervolgens in de soep loopt hebben de toezichthouders het gedaan. Maar goed, uitgaande van de louterende kracht van creative destruction, welk scenario zouden we dan hebben gevolgd?

Als overheden niet bijgesprongen waren, was er een sneeuwbal-effect opgetreden van banken die failliet gingen, was het vertrouwen van investeerders tot een nulpunt gedaald, en de kans op een totaal systeem-falen groot. En als de vergelijkingen met natuurlijke evolutie (survival of the fittest) inderdaad van toepassing zijn, zou dit vergelijkbaar zijn met zo’n periode waarin er een groot aantal soorten in zeer korte tijd uitsterft. Dit is weliswaar niet het einde van de wereld (daarna is er in de natuur dan een evolutie-explosie van nieuwe soorten), maar wel van een boel zaken waar we decennia aan gewerkt hebben en ons dierbaar zijn. Hoe een totaal systeem-falen er op mondiaal niveau voor de wereldbevolking eruit zou hebben gezien laat slechts naar zich raden. Maar uit de natuurlijke drang naar zelfbehoud, en solidariteit met soortgenoten elders, denk ik dat overheden er wijs aan gedaan hebben dit te voorkomen (ook al duurt het herstel dan misschien langer).

De 20e eeuw heeft laten zien dat de maatschappij niet zo maakbaar is als de communisten en socialisten hoopten, maar om dan voor een sociaal-economisch darwinisme als nieuwe ideologie te opteren lijkt mij een beetje te veel kind met badwater weggooien. Dat houdt namelijk in laissez faire, laat maar gaan, we zien wel waar het schip strandt, en wat we dan gaan doen. Als je “het pure kapitalisme” z’n werk laat doen, krijg je waarschijnlijk een maatschappij als waartegen Marx zich te weer stelde; waarin het kapitaal zich steeds meer concentreert bij een steeds kleinere elite (overnames, fusies) en een enorme verpaupering onder de massa, die werk heeft in een hoog-conjunctuur, maar zonder geld op straat staat in een laag-conjunctuur. En dan zullen er weer opstanden uitbreken, zal de koopkracht dalen, en zullen we na vele jaren creative destruction weer op een vergelijkbaar punt zijn. Een sociaal-democratie die de principes van de markt onderkent lijkt mij nog steeds de beste middenweg tussen iets dat niet werkt (communisme), en iets dat werkt op een manier die wij niet accepteren: kapitalisme als ongereguleerd sociaal-economisch darwinisme. Nu nog zien of we met die middenweg ook een ecologische crisis (overbevolking, milieu) kunnen afwenden. Maar zowiezo zie ik het “pure kapitalisme” ook op dat front geen uitkomst bieden…

Lakshmi

Lakshmi (Laxmi), godin van licht, rijkdom, voorspoed, geluk en schoonheid

Homo Occidentalis Narcissus; winning hearts and minds

January 20, 2010

Als je maar lang genoeg in aanraking bent met een andere cultuur (of dat nou is door bezetting of globalisering) neem je vanzelf aspecten van die cultuur (taal, smaak, waarden) over. Zo hoef je je als toerist in India, Egypte of Kenia geen zorgen te maken als je geen Hindi, Arabisch, of Swahili spreekt; de meesten spreken Engels. Maar wat als deze cultuur in de jouwe ongewenst aanwezig is, en spanningen veroorzaakt tussen jouw waarden en die van de andere cultuur? In tal van niet-westerse landen worden McDonalds en Coca-Cola als mascottes van de (westerse) globalisering gezien, en staat het westen als geheel (m.n. de VS) welliswaar symbool voor vrijheid en rijkdom, maar vooral ook voor decadentie, individualisme, goddeloosheid, en arrogantie.

Ik had het al eerder over de homo sapiens als “Kroon op de Schepping”, en de humanistische arrogantie die hier vanuit gaat. Bij nader inzien geldt dat m.n. voor de homo occidentalis (of misschien zelfs de homo italianis). Wij leren dat alle landen buiten Europa ontdekt zijn door Europeanen. Zo zou Marco Polo (Italiaan) China ontdekt hebben, en Columbus (Italiaan) Amerika; of waren het nou de Vikingen? Nou ja, dat doet er ook niet toe: dat waren ook Europeanen. Nog afgezien van de theorie dat een Chinese admiraal Amerika al ontdekte in 1421 (71 jaar vóór Columbus), vergeten we gemakshalve dat er op dat moment al mensen woonden die afstammen van Aziaten, en die het al tussen de 12 en 16 duizend jaar eerder ontdekt hadden. Een paar jaar geleden las ik een stukje in de krant dat kopte: “Onderzoekers ontdekken reuzenpaddestoel in regenwoud van Chiapas”. Verder lezen wees uit dat deze manshoge paddestoel gevonden was door de lokale bevolking, Maya-indianen, maar blijkbaar konden zij de eer van de “ontdekking” niet opstrijken. Nu zijn ze er in die regio wel gewend dat westerse onderzoekers er met hun intellectueel eigendom vandoor gaan, maar toch…

Verder blijft het raar dat wij spaghetti als typisch Italiaans beschouwen, en nee, het was geen Europeaan genaamd Marco Polo die het mee bracht uit het “door hem ontdekte China” (en ja, waar inderdaad al Chinezen woonden): de Arabieren hadden pasta al 600 jaar eerder geïntroduceerd op Sicilië (dank aan de islam). En de pomodori (tomaat), die de belangrijkste ingredient in veel pasta-sauzen vormt, komt uit Zuid-Amerika (evenals de aardappel). En hoewel Misr (of Masr) de officiële naam (van Semitische oorsprong) van het land is, noemen wij het steevast Egypte (van het Grieks en Latijn afkomstig). Of kent u deze nog: A2+B2=C2?; dit theorem kent een lange geschiedenis, maar is voor het eerst zo opgeschreven in India, en vervolgens geëxporteerd naar Italië (toen Griekenland), waar Pythagoras (Italiaan) deze stelling voorzag van zijn stempel van goedkeuren. En wat te denken van de verwondering van een christelijke vrouw die ik laatst sprak over het feit dat de asielzoekers waar ze mee werkt allemaal al met mes en vork konden eten voordat ze naar Nederland kwamen…

Knap toch? Hoe “het westen” alle ontdekkingen weet te claimen, en de indruk weet te wekken dat beschaving en vooruitgang zonder ons niet mogelijk zou zijn. En inderdaad, beschaving en vooruitgang zijn in westerse optiek vaak synoniem. Terwijl sommige (primitieve) culturen nog geloven in afgoden en in contact met de natuur staan (wat we heel mooi vinden), en andere (minder primitieve maar des te barbaarsere) stammen nog aan vrouwenbesnijdenis of het afhakken van handen doen, zien we onszelf, als beschaafde voorhoede, reeds gearriveerd in de voorste wagon richting toekomst, uitverkoren om de rest van de mensheid het pad te wijzen. M.a.w: de tijd is linear, en vooruitgang is onvermijdelijk, dus uiteindelijk zullen wij (en dan m.n. de VS, de absolute koplopers) de stumpers moeten helpen om ook daar (hier) te geraken. Dit doen we door ontwikkelingshulp te bieden, afzetmarkten voor onze producten te creeëren, en zo nodig door een land te bezetten. In het 1e geval leren we de de ander hoe te (over)leven en een goede samenleving in te richten, in het 2e geval brengen we onze producten en bijbehorende life-style aan de man, en in het 3e geval doen we het 1e onder dwang, zodat we daarna het 2e kunnen doen. In alle gevallen is er sprake van het exporteren van onze cultuur.

“Why do they hate us?” vroegen de Amerikanen zich af na 9/11. “Waarom mogen ze ons niet?” beginnen nu ook de Nederlanders, die de afgelopen jaren bezig zijn geweest om de Afghanen op te voeden, zich af te vragen. Misschien mogen ze ons niet omdat ze ons zien als arrogante en goddeloze atheïsten in militaire outfits en met wapens, die hen komen bijspijkeren over mensenrechten en democratie, en hen vertellen hoe hun achterlijke en bij wijlen barbaarse religie daarmee niet in overeenstemming is.

Stel dat er over 30 jaar in veel Nederlandse restaurants hondenvlees op het menu staat, en er met stokjes gegeten wordt, om tegemoet te komen aan de vraag van Chinese toeristen, zakenlieden en ontwikkelingswerkers. En dat we nog wel een traditioneel oud-en-nieuw vieren, maar dat het nieuwe jaar offiecieel ingaat op de tweede nieuwe maan na de zonnewende van 21 december (tussen 21 januari en 20 februari), om beter aan te sluiten bij de Chinese kalender. En dat belangrijke wegen en gebouwen ook in het Chinees staan aangegeven. En dat opstandige (als nationalistische en extreem-rechts gekwalificeerde) Nederlanders als mogelijke terroristen preventief worden opgepakt? Hoe zouden wij daar tegenover staan?

Het is common practice in tal van ex-koloniën over heel de wereld; waaronder enkele islamitische landen. En het is de islamitische wereld al sinds de run op de olie, wat zeg ik, al sinds de kruistochten, een doorn in het oog hoe wij daar westerse miliairen en westerse goddeloosheid naar toe exporteren. Dus wat verwachten we van de Afghaanse bevolking? Begrip, enthousiame? En als we dat niet krijgen, wat denken we daar dan, zonder steun en begrip vanuit de bevolking, te bewerkstelligen? De Taliban eruit? Dat zijn Afghanen, waar moeteen die dan heen?

China in Africa

“Ik kies bewust!” de consument als burger

January 17, 2010

Bewust kiezen is vandaag de dag geen eenvoudige opgave voor de consument. Alleen al om te weten waarin het ene ei zich onderscheidt van het andere moet hij een grondige studie verrichten naar wat al die logo’s precies inhouden (scharrel, BIO, EKO, IKB, CBF, zonnebloem, vrije uitloop, gras, 4-granen), en voor welk keurmerk deze logo’s staan. En dan zijn er nog weer andere keurmerken voor andere produkten: IKB, SMK, Max Havelaar, Fair Trade, Grüne Punkt, Demeter, Vegan, Kieskeurig, en niet te vergeten Ik-kies-bewust. Sommige keurmerken proberen zelfs hun imago op te poetsen door hun logo’s op andere populaire (groenere of gezondere) keurmerken te laten lijken. Dit grenst aan misleiding van de klant. Gelukkig zijn er dan ook weer keurmerken voor keurmerken.

Twintig jaar geleden maakte de overheid bepaalde keuzes voor de burger middels belastingen en vergunningen. Maar regulerende maatregelen zoals de eco-tax zijn in onmin geraakt vanwege vermeende concurrentievervalsing en betutteling. Het keurmerk is meer van onze tijd: beter verenigbaar met het marktdenken, deregulering en een terugtredende overheid. De bewust kiezende autonome burger/ consument mag nu zélf bepalen in hoeverre hij zijn koopkracht milieu-bewust wil inzetten.

Maar hoe bewust kan de keuze van de consument zijn in de wildgroei van de keurmerk-jungle? En belangrijker: is het keurmerk voor elk doel het geëigende middel? Ook keurmerken zijn onderhevig aan marktwerking, en de keuze ervoor is vrijblijvend…

Er is een fundamenteel verschil tussen het keurmerk-systeem, en een stimulans cq. conditionaliteit (incentive in het Engels) via taxatie of vergunningen. Zo is iedereen bijvoorbeeld vrij in zijn keuze om met zijn auto al dan niet naar een BOVAG-garage de gaan, maar de APK-keuring díe is verplicht. En elk restaurant is vrij om al dan niet mee te dingen naar een Michelin-ster, maar om alcohol te verkopen is een schenk-vergunning verplicht. En ook nooduitgangen en controles van de keuringsdienst zijn niet vrijblijvend.

Als het gaat over ingewikkelde problemen, zoals bijvoorbeeld het milieu, wijst de overheid naar de eigen verantwoordelijkheid van burger en bedrijfsleven. En het bedrijfsleven wijst vervolgens naar de consument en de overheid, en de burger naar de overheid en de producent.

Hoeveel effect sorteert de vrije keuze voor een vliegticket met het CO2-neutraal keurmerk, als er geen belasting wordt geheven op kerosine? En dat er een keurmerk is voor slaaf-vrije chocola is toch bizar? We hadden de slavernij toch al bij wet afgeschaft in 1863? En welke garantie biedt een vrijblijvend PGB-keurmerk als pedofielen zich via internet aanbieden als zorgverleners, of als ZZP-zorgverleners de reguliere therapie van de cliënt ondermijnen? Een PGB-vergunning zou eisen kunnen stellen aan de zorgverlener, zoals een screening, of een VOG (verklaring omtrent gedrag). Toch komt er, in plaats van een vergunning, een vrijblijvend keurmerk.

Worden consument, producent, dier en milieu niet beter beschermd als er op bepaalde gebieden centraler, met meer expertise, minder vrijblijvende maatregelen worden genomen? En als je niet voor de consument/burger wilt beslissen, maar hem/haar zelf een bewuste keuze wilt laten maken, dan is de eco-tax daarvoor het ideale middel: als de prijsverschillen tussen milieuvriendelijke, diervriendelijke en maatschappelijk verantwoorde (MVO) producten enerzijds, en de producten die dat niet zijn anderzijds, kleiner zijn, zal de burger in de consument eerder geneigd zijn op te staan!

logo

Alsof het gedrukt staat; journalistiek ten dienste van burger of consument?

January 16, 2010

De verklaring van de minister-president bij de presentatie van het rapport-Davids over de Nederlandse steun voor de inval in Irak: “Wij hebben een beslissing genomen met de kennis die wij toen hadden…” Tja, op die manier zit je altijd goed. Om Max Pam te citeren:

“Bij de aanleg van de Amsterdamse metro is de boel ingestort, maar met de kennis van toen was er helemaal geen gevaar. Weliswaar is ons geld bij IceSave verdwenen, maar met de kennis van toen was het verantwoord om je centjes daar op een spaarrekening te zetten. Vervelend dat die Vietnamoorlog zo is afgelopen, maar met de kennis van toen moest het westen wel proberen stand te houden. Natuurlijk had Chamberlain nooit een pact met Hitler moeten sluiten, maar met de kennis van toen stond hij voor een voldongen feit.”

De conclusies uit het rapport van de Commissie Davids doet de vraag rijzen: Hoezeer laten burger en politiek zich leiden door geruchten die via de media worden verspreid en versterkt? Op zich al fascinerend hoe Balkenende verstrikt raakte in een media-circus door een te haastige verklaring die de burger (lees: media) van hem verlangde. Maar ik doel meer op de situatie in 2003: welke rol hebben de (internationale) media gespeeld bij de besluitvorming en de steun voor die oorlog? Door een subtiel samenspel van de enorme invloed en macht van de media enerzijds, en politieke manipulatie anderzijds, geloofde bijna iedereen dat Saddam al zo’n beetje onderweg was om het Westen te vernietigen. Achteraf bleek daar weing van te kloppen, en hadden we destijds ook niet de informatie om deze voorstelling van zaken te onderbouwen, maar toch hebben we (de nieuws-consumenten) en ze (de westerse politici) elkaar wijsgemaakt dat de zaken er zo voor stonden.

Dit heet spin (bij gebrek aan een goed Nederlands woord). Spin wordt doorgaans vertaald als propaganda, maar betekent letterlijk “draaiing”, wat een accuratere vertaling is omdat dat de essentie bloot legt. Propaganda suggereert een regisserende manipulator en een passieve ontvanger. Maar bij spin werken associatieve en suggestieve beweringen in op iedereen, door het rondzoemen van feiten, halve waarheden, en leugens, en zuigt zo alle betrokkenen mee in de draaikolk. En als het maar genoeg resoneert en spint op alle niveau’s, weet niemand meer te onderscheiden tussen feit en feedback. Een voorbeeld is dat van het afgelaste optreden van Temnozor.

Ooit dat NOS-promo-spotje gezien, waarin Sasha de Boer objectiviteit typeert als “voor elk wat wils: jong en oud”? Nieuws als entertainment dus, als een product voor een keur aan consumenten. En wat verwacht je anders in een systeem waarin alles wordt beoordeeld op afname (in casu: kijkersaantallen)?

Nu is objectiviteit een problematisch begrip als het gaat om nieuwsgaring en publicatie. Als je een verklaring van een regeringsleider uitzendt als nieuws, maar deze verklaring blijkt onjuist of eenzijdig, dan is jou rapportage ervan nog niet onjuist: het is immers een objectief nieuwsfeit dat deze leider deze verklaring heeft afgelegd. Maar misschien is je rapportage wel eenzijdig als je er verder niets bij vertelt… Er is namelijk ook nog zoiets als journalistiek gebaseerd op feiten-onderzoek, en op hoor-en-wederhoor. Zou informatie hieruit verkregen niet vaker de revue moeten passeren, opdat misschien niet zozeer objectiviteit, maar in ieder geval onpartijdigheid nagestreefd wordt? Media zijn niet neutraal, ze geven een selectie van feiten, interpretaties en verklaringen door, en bepalen daarmee de beeldvorming. M.a.w: het rondpompen van (al dan niet geverifieerde) informatie, onder het mom van “een gerucht of verklaring is ook een feit”, zorgt voor onjuiste of eenzijdige informatieverspreiding en copy-paste-accumulatie van geruchten. Om met Goebbels en Lenin te spreken: “een leugen 1000 keer verteld wordt vanzelf de waarheid.”

Er zijn verschillende mechanismen die hiervoor zorgen. Ten 1e het CNN-effect: alle aandacht is gericht op één kwestie, en iedereen verzamelt dezelfde informatie en komt met een zelfde soort verhaal. Hoe dit op elementair niveau werkt werd mij verteld door een vriend van mij die destijds in Kosovo was voor Elsevier. Terwijl er een leger aan journalisten met bloknotes, audio-recorders en camera’s gespannen aan het wachten was op het moment dat een belangrijk iemand uit een belangrijk gebouw zou komen om een belangrijke verklaring af te leggen, verloor de persoon die voor mijn vriend stond iets voor hém belangrijks (contactlens ofzo). Op het moment dat anderen om hem heen mee gingen zoeken zwaaiden alle camera’s richting de zoekende personen: daar was iets gaande! Tja, het zijn net mensen

Maar behalve dit kuddegedrag spelen er ook andere zaken, zoals vooringenomenheid en (zelf)censuur. Hoe groter de afstand qua betrokkenheid, hoe minder groot (en minder kwalijk misschien) deze vooringenomenheid. Maar als we ons bij het onderwerp betrokken voelen, of er middels een oorlog bij betrokken zijn, zijn we eerder geneigd een standpunt in te nemen. En de journalistiek is hierin niet anders. Huub Wijfjes (docent Journalistiek aan de RuG) stelde in oktober 2001 (een maand na de aanslagen op het WTC):

“In oorlog verandert berichtgeving in propaganda. Waar strijdende partijen zijn bestaat DE waarheid nou eenmaal niet, en daarom is een journalist gedwongen om positie te kiezen. Dat geldt overigens voor alle controversiele zaken. Het begint al met de woorden die je kiest.”

En de positie die meestal gekozen wordt is de minst controversiële. En als je er al voor kiest van het gebaande pad af te wijken zul je dat weten ook… Zo maakte Gerard Spong vorig jaar (2009) nogal wat los in het AVRO-programma Advocaat van de Duivel door op te treden als pleitbezorger van Osama bin Laden. Vanwaar die verontwaardiging? En waarom denken we zo zeker te weten datgene wat we alleen van horen zeggen (de media) hebben? Praten we elkaar (inclusief de media) niet teveel na, waardoor we onze eigen vooroordelen (gebaseerd op het rondpompen van gebiaste info) bevestigd zien?

Bijvoorbeeld: in de nacht van 7 op 8 augustus 2008 voerde Georgië een militaire operatie uit in de zich van dit land afgescheiden republiek Zuid-Ossetië. In de ochtend van 8 augustus rapporteerden enkele omroepen dit ook zo. Maar in de loop van de dag, tijdens de opening van de Olympische Spelen in Beijing, kopten de westerse media in koor: “Russische tanks rollen Georgië binnen”, en deze versie van het verhaal is onze waarheid geworden. De Ossetiërs, Russen, en Russisch-gezinden houden er hún waarheid op na, namelijk dat Georgië de aanval inzette, en Rusland hierop reageerde (zoals verteld in de speelfilm Olympus Inferno , en de documentaire War 08.08.08; the Art of Betrayal, en ook Emir Kusturica is bezig met een film over deze oorlog, met dezelfde strekking). Een jaar later werd in een voetnoot meegedeeld dat Europees onderzoek uitwees dat Georgië inderdaad de hoofd-agressor was, en zich gesteund wist door het Westen.

Nog een voorbeeld: Op 4 augustus 2008, 4 dagen vóór de Russische inval in Georgië, en 8 dagen voor de opening van de Olympische Spelen, toen we werden overspoeld door nieuws over Tibetaanse vrijheidsstrijders, was er ook een nieuwsbericht over een “terroristische aanslag” op een politiepost in de Chinese provincie Xinjiang. Deze bleek gepleegd door nationalistische Uygurs, een Turks (en grotendeels islamitisch) volk dat (net als de Tibetanen) sinds de 17e eeuw China op z’n nek heeft, en sinds 1865 ingelijfd is. “Zijn onze sporters in Beijing nu nog wel veilig daar?” vroeg een bezorgde nieuwsleester aan de correspondent ter plaatste (blijkbaar niet erg op de hoogte van de Chinese topografie). Terwijl de ene bevolkingsgroep (de Tibetanen) dus als vrijheidsstrijders werd geportraitteerd, werd een andere (de Uygurs) als terroristisch gebrandmerkt. Met de legitimering van de oorlog tegen het terrorisme, heeft China sinds 2001, met goedkeuring van de VS en haar bondgenoten, duizenden Uygur-“terroristen” kunnen vervolgen.

Blijkbaar hebben wij een manier gevonden om vrij snel te kunnen onderscheiden tussen de good guys en de bad guys, tussen agressor en slachtoffer, tussen vriend en vijand. Maakt niet uit hoe complex de situatie, wij menen als buitenstaander toch altijd te weten hoe de vork in de steel zit. En dat geldt niet alleen voor de publieke opinie en de media, maar ook voor de politiek. Nederland helpt “de Afghanen” in “hun strijd” tegen “de Taliban.” Maar wie zijn “de Afghanen” en wie zijn “de Taliban”?

Terwijl vroeger Nelson Mandela en zijn ANC hoog op de terrorisme-lijst stonden, zo zijn vandaag de Taliban en Al-Qaida de evil-doers. Wat het verschil is tussen beide, en wat de link is met de Mujahedin, daar hoor je de media zelden over, terwijl er wel bijna dagelijks bericht wordt over de situatie in Afghanistan en onze aanwezigheid daar. Om de haverklap duikt er in de media een terroristische organisatie op die “banden lijkt te hebben met Al-Qaida” (zoals begin van deze maand in Jemen). Maar terwijl de burger (of nieuwsconsument) het idee krijgt dat het terroristische gevaar geheten Al-Qaida omni-present is, bestaat er in kringen van experts twijfel over het werkelijk bestaan ervan.

“Een groeiend aantal analisten stelt dat het bestaan van een centraal (door Osama bin Laden) geleide organisatie een simplistische fantasie is. Osama bin Laden had geen formele organisatie voor het voeren van een internationale jihad totdat de Amerikanen ten behoeve van het strafproces tegen de organisatoren van de bomaanslag op de Amerikaanse ambassade in Nairobi in 1998 er een vóór hem verzonnen.”

(zie ook de documentaire: The Power of Nightmares, van Adam Curtis).
En nu heeft deze “spin” er vervolges voor gezorgd dat radicale moslim-jongeren vanuit diverse landen zich geïnspireerd voelen om zich aan te sluiten bij de internationale jihad.

Maar kan de journalistiek de burger wel informeren over de feiten (middels gedegen onderzoek) en de verschillende opinies (middels hoor-en-wederhoor), als er voortdurend gestreefd moet worden naar hogere kijkcijfers en een groter lezerspubliek? Misschien is het in dat geval belangrijker te luisteren naar de wensen van de afnemers (lezers/kijkers), en te concurreren met de buren. En is het misschien niet ook arrogant en elitair de consument iets door de strot te willen duwen waar hij/zij geen trek in heeft? Moet je de kijker/lezer misschien gewoon geven wat hij/zij wil: herkenbaarheid, een conflict tussen protagonist en opponent, en een spanningsboog? Moet nieuws vandaag de dag niet gewoon kort, bondig, eenduidig, to the point en herkenbaar zijn, aansluiten bij de belevingswereld van de consument, en voortborduren op wat hij/zij al denkt te weten? Het leven is al ingewikkeld genoeg…

bush in georgia

Links, 2, 3, 4! Links, 2, 3, 4! Who’s afraid of…

January 14, 2010

Volgens Theodor Adorno hebben de 1e en 2e Wereldoorlog het denken onmogelijk gemaakt. Hij bedoelde daarmee dat het humanistisch project failliet was, dat de inflatie die de alle verstand te bovengaande barbaarsheden van beide oorlogen de Verlichtingsidealen ontkracht, verkracht, en waardeloos gemaakt hebben. Ik ben het met z’n redenering niet helemaal eens, maar wel met de stelling: “de 1e en 2e Wereldoorlog hebben het denken onmogelijk gemaakt.” Wat ik bedoel is dat we niet meer in staat lijken om politieke discussies (bijv. over het Midden-Oosten of de PVV) te voeren zonder aan WO2 of het fascisme te refereren. Bepaalde symbolen (de swastika) en woorden (jood) blijven op z’n zachtst gezegd zó beladen, dat het verstandiger is ze überhaupt niet te gebruiken (tenzij je je tegenstander in discrediet wilt brengen), en er ook niet mee geassocieerd te worden. Want 1+1 is al snel 2…

Ook de politieke termen links en rechts zijn aan deze denk-val onderhevig. Het links-rechts-denken houdt ons al een halve eeuw te lang in haar geep, en maakt het open denken en spreken over tal van zaken schier onmogelijk. Deze tweedeling (links/rechts) draagt niet veel meer bij aan de discussies over hedendaagse problemen; behalve dan dat links het altijd meent op te nemen voor de zwakkere (het slachtoffer), en rechts de rol heeft de status quo van de macht (rijkeren) te verdedigen. Vandaag de dag hebben we meer betekenis-dimensies nodig om de multi-dimensionale problematiek van onze tijd recht te doen.

De links-rechts-dichotomie was duidelijk in tijden dat een arm proletariaat streed voor rechten en emancipatie, tegen een rijke elite. In de tijd van Marx tot Nieuwenhuis/Drees was de elite (de macht, status quo) rechts en het volk (het slachtoffer) links. Links was progressief (de toekomst wees in de richting van een christelijke belofte: “de deemoedigen/armen zullen de aarde beërven”), rechts was conservatief (verdedigede de status quo).

De jaren ’60 generatie heeft de rollen omgedraaid. Het rechtse gedachtengoed werd na WO2 als elitair (recht van de sterkste) en dictatoriaal gelinkt (getagd) aan het fascisme, nationaal-socialisme en de naam Hitler. Door te verwijzen naar WO2 kreeg links een stok om rechts mee te slaan; links was niet meer het domein van alleen het proletariaat, maar van iedereen die links zag als bevrijdingsideologie van alle vormen van machtsmisbruik. Deze stok bleven ze bij zich dragen, ook toen Mao’s en Stalin’s daden even monsterlijk bleken als die van Hitler. Zelfs na de val van de muur bleven T-shirts met CCCP (in ons Latijns alfabet SSSR) en buttons met Lenin lange tijd cool. De swastika daarentegen is sinds WO2 uit den boze, ook al is het een symbool dat in vele culturen stond (en in hinduïsme en buddhisme staat) voor het positieve en rechtvaardige in het leven. Deze scheve hypocrysie is waar Bolkestein eind jaren ’90 naar verwees in het publieke debat dat ontstond n.a.v. zijn boek Onverwerkt Verleden.

Na de val van het communisme (wat ook gevolgen had voor de socialistische ideologie) bleef er geen politieke ideologie over, naast het a-politieke liberalisme. Dit laatste concludeerde triomfantelijk: “zie je wel: de staat kan het niet, laat het over aan de markt; laissez faire!” De geliberaliseerde markt ging gepaard met de digitale revolutie en een enorme spurt van globalisering. De economie, politiek en cultuur zijn in 20 jaar tijd hun bescherming van de grenzen en muren, die het tijdperk van de koude oorlog kenmerkten, kwijt geraakt. De wereld is daardoor onderworpen aan een opeenvolging van technologische en economische revoluties, terwijl Marx’s “proletariaat” met lede ogen toeziet hoe alle ideologische zekerheden verloren gaan.

In het post-Pim-tijdperk (“de kogel kwam van links”) zijn de rollen wederom omgedraaid: rechts is gerehabiliteerd, maar is wel het domein van wat vroeger proletariaat heette. De revolutionaire onderklasse is vandaag de dag reactionair. De media en “haagse“politiek (uitgesloten Wilders en Verdonk) worden nu gezien als “linkse elite” op het pluche dat pro-globalisering en pro-Europa is. “Het Volk” (Wilders-aanhang) wordt door deze elite gezien, en ziet zichzelf ook, als rechts. Maar behalve rechts zijn degenen die niet participeren in deze ontwikkeling (qua ideologie zowel als materieel) eigenlijk vooral conservatief; men zoekt houvast aan iets dat voorbij lijkt. Het populisme speelt hier op in en voedt deze sentimenten.

Dus populisme gaat niet zozeer over links/rechts in termen van welvaartsverdeling, maar over elite vs. volk. In de Westerse wereld van vandaag is macht niet meer synoniem met inkomen, maar met opleiding. Vandaar dat de PvdA en de SP zoveel stemmen verloren aan de PVV; deze stemmers verlieten het kamp dat voor hen was ingericht: het kamp voor het proletariaat. Dus wat betekenen links en rechts anno 2010? Zijn Wilders-sympathisanten “rechts“, of misschien meer “volks“? En wat is dat dan? Wilders heeft het ons nog niet verteld, behalve dan in negatieven: anti-elite, anti-pluche, anti-intellectueel, anti-buitenlanders, anti-globalisering en anti- Europa.

Voor meer opheldering daarom even terug naar het punt in de geschiedenis voordat de elite “links”, en rechts “verdacht” werd: het Interbellum en de periode 1933-1945. Wat was er aan de hand in Duitsland in die periode? De Duitsers waren pas in 1871 verenigd tot één Rijk, en hadden nog geen solide culturele/ideologische basis. Nietzsche sprak al over het spastische benadrukken van de Duitse identiteit door de Duitsers, die er z.i. niet was. Dit zoeken naar identiteit (tesamen met andere oorzaken) leidde tot WO1. Tijdens het Interbellum (vernedering door het buitenland door het Verdrag van Versailles) sublimeerde het slachtoffergevoel van de Duitsers in onderlinge solidariteit, en er was een man die deze solidariteit en het zoeken naar de Duitse identiteit vorm kon geven in een nationalistisch socialisme.

Dat socialisme ging niet over welvaartsverdeling, maar over het Duitse volk vs. de niet-Duitsers (de joden & de geallieerden alias entente). Dus een populistisch-nationalistische beweging, met “Het Volk” als mascotte, en met niet-Duitse elementen en de intellectuelen die hen steunden als vijand; het aanwijzen van een vijand is altijd zeer doeltreffend in het creeëren van een identiteit en mobiliseren van een groep). Is dat rechts? Of socialisme? Volgens welke definitie dan wel? Wat er tijdens de Kristalnacht in nazi-Duitsland gebeurde is vergelijkbaar met wat er tijdens de Culturele Revolutie in communistisch China gebeurde, en heeft m.i. niets met links of rechts te maken, maar vooral met een tirannie van de collectiviteit. Zoek de verschillen met Wilders’ aanhang nu. Vooruit, ik heb er 2 gevonden: Wilders is pro-Israël en liberaal, daar waar neo-nazi’s anti-Israël en anti-liberaal zijn. Maar laten we er een rijzende ster, die met Wilders moet gaan concurreren, naast zetten: Constant Kusters van de NVU. Die is anti-Israël, en anti-liberaal, maar deelt verder veel sympathiën met Wilders. Dat verklaart misschien ook waarom Wilders zo populair is: hij maakt zich niet schuldig aan uitspraken waar zijn achterban aanstoot aan zou kunnen nemen (werk en joden zijn sinds de wederopbouw heilig).

Deze tendensen in het nieuwe millenium zijn niet te vangen in termen van links vs. rechts, maar gaan over een open vs. gesloten samenleving. Karl Popper nam het op voor de open society, en gebruikte daarvoor zijn argumentatie gebaseerd op het falsificatie-beginsel: Voortgang in de wetenschap is niet gebaat bij een zelf-ingenomen theorie met voorbeelden die die theorie steunen, maar bij een bescheiden theorie die ruimte open laat voor de mogelijkheid om aan te tonen dat die (heersende) theorie onvolledig, of onjuist is, en er andere denkbeelden mogelijk zijn. Dit paste hij toe op de samenleving als geheel: we moeten niet streven naar een deugden-samenleving die op alle fronten over de inhoud waakt (zoals China in de periode 1966-1976), maar naar handhaving van enkele basis-spelregels (randvoorwaarden) die dynamiek en verandering toestaan.

Dus wat herdenken we nou eigenlijk op 4-5 mei: “Hitler was fout”? Of “de Duitsers waren als volk fout”? Of “de Hutu’s en de Serviërs waren ook fout”? Of valt er iets fundamentelers te leren? Nou, misschien dat niet éen persoon, partij of volk een patent heeft op “het kwaad“, maar dat fascistische tendensen altijd en overal kunnen opduiken, omdat het inherent deel uitmaakt van ons politieke gedrag als sociale wezens. Maar vooral zouden we moeten leren dat het staven van argumenten door te verwijzen naar WO2 of Hitler elke zinvolle discussie onmogelijk maakt. In 2007 stelde Wilders de Koran gelijk aan Mein Kampf, en pleitte ervoor dat de Koran verboden wordt en het gebruik ervan in moskeeën en in huis strafbaar wordt gesteld. Daarop werd Wilders in een lesboek uit 2008 (uitg. De Dag van de Democratie) in één adem genoemd met Mein Kampf: “De film Fitna van Geert Wilders of het boek Mein Kampf van Adolf Hitler, zijn gebaseerd op eenzijdige denkbeelden.”

M.i. is de links-rechts terminologie, daar waar het niet alleen gaat over welvaartsverdeling, zo gecontamineerd, dat het non-begrippen zijn geworden. En die associaties met het nazisme blijven leven doordat ze gevoed worden door een denken dat gecontamineerd is met deze associaties. Het gaat er niet om dat je geen onderbouwde vergelijkingen zou mogen maken met Mein Kampf of het fascisme, maar dat suggestieve verdachtmakingen in die trant het denken onmogelijk maken. Dat demonstrerende Palestijnen of recalcitrante Marrokaanse jongeren anti-semitisme wordt verweten getuigd van het feit hoe WO2 ons denken heeft aangetast: Semieten zijn mensen wiens moedertaal behoort tot een familie van talen (en culturen), waar behalve het Hebreeuws, ook het Arabisch, Aramees, Maltees, Ethiopisch, Eritrees, en diverse uitgestorven talen (en culturen) deel van uitmaken!

China 2008, Lanzhou
Lanzhou, China, 2008 © mirrormundo

Noach’s dilemma; just another Inconvenient Truth

January 11, 2010

Eind november 1999, 10 jaar na de val van het communisme, tijdens de WTO-top in Seattle, maakte de wereld kennis met de anti-globaliserings-beweging (tegenwoordig anders-globalisten geheten), toen duizenden demonstranten hun ongerief kenbaar maakten en zo de WTO-top in een ander daglicht plaatsten. Sindsdien is er een groeiende aandacht voor de onderlinge relaties tussen globalisering, economie, armoede en milieu. In juli 2008 stelde Bart van Ark (Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de RuG) dat hij wel iets begrijpt van de weerstand tegen globalisering en marktwerking, maar veel kritiek is zijns inziens gebaseerd is op onjuiste aannames en sentiment:

“in dat proces heb je winnaars en verliezers, maar het systeem werkt. […] Iedereen praat over recessie, terwijl dat volgens economen niet het geval is. De sentimenten en de feiten over de economie komen niet altijd overeen.”

Een jaar na Van Ark’s prognose, en 11 jaar na de WTO-top in Seattle, lieten de anders-globalisten de London Summit van de G20 (maart 2009) niet voorbijgaan om het failliet van het geglobaliseerde liberalisme cq. het kapitalistische systeem te verkondigen. De milieuproblematiek, de strijd om fossiele en biobrandstoffen, stijgende voedselprijzen, de toenemende macht van multi-nationals, de groeiende kloof tusen arm en rijk wereldwijd, de economische en financiële crisis, al deze ontwikkelingen werden in verband gebracht met de huidige crisis. Veel gehoorde kritiek is dat we ons blind hebben gestaard op (onze) economische vooruitgang, en dat de sociale dimensie daarbij uit het oog is verloren: de burger zou verworden zijn tot producent/consument, ten koste van arme landen, het milieu, en toekomstige generaties.

In The Lugano Report: On Preserving Capitalism in the 21st Century, stelt Susan George dat het onmogelijk is om iedereen op deze aarde te laten participeren in de welvaart die wij in het westen kennen. Het kapitalistische systeem en de aarde kunnen een dergelijke verdeling van goederen over (toen) 6 miljard mensen niet aan. Dus wordt er gebrainstormd over wat te doen (of te laten) door een forum van afgevaardigden van rijke landen (zoiets als de WTO), en de conclusie is dat we (het westen) moeten voorkomen dat de 3e wereld hetzelfde welvaartsniveau bereikt als wij.

De kwestie die zij opwierp, vóór het in zwang raken van de mondiale voetafdruk, is: moeten we streven naar een wereld waarin iedereen gelijke kansen heeft en de middelen zoveel mogelijk verdeeld zijn over de gehele wereldbevolking, of moeten we ons vooral concentreren op hoe wij onze manier van leven, met bijbehorend consumptie-niveau kunnen handhaven? Als iedereen zou leven op het luxe-niveau van de Amerikanen en Europeanen, hebben we aan deze aarde namelijk niet genoeg. Met het consumptie-niveau van China nog net, en als we zo weinig vervuilen als veel ontwikkelingslanden kunnen we nog wel even voort.

In 2000, een jaar na the Battle of Seattle en het verschijnen van The Lugano Report worden de Millennium-doelen getekend. Een sympathiek idee, dat suggereert dat George’s doem-scenario te pessimistisch is, en dat de anders-globalisten opgelucht adem kunnen halen: Voor 2015 hebben we een wereld met minder armoede (dus meer consumptie), minder kindersterfte (dus meer mensen), minder sterfte door ziekten als AIDS en malaria (dus nog meer mensen), een wereldwijde aanpak t.b.v. economische ontwikkeling voor iedereen (dus nog meer consumptie), en… duurzaamheid!!!

Hoe dachten ze destijds dat te rijmen? Het lijkt alsof de questies die de Club van Rome destijds (1972) aansneed, gereduceerd zijn tot een kwestie van welvaartsverdeling; en “oh ja, daarbij moeten we ook het milieu niet vergeten”. Maar technologische vooruitgang en economische participatie zorgen voor meer voedsel (en dus meer mensen), een langere levensverwachting per individu, en meer consumptie per persoon. Volgende week zijn we met zo’n 6,8 miljard mensen op deze aarde, en in 2050 met zo’n 9,3 miljard. Deze bevolkingsgroei, gecombineerd met een toenemende consumptie per persoon, zal gecompenseerd moeten worden met een duurzaam gebruik van energie, water, en grondstoffen. Het is nu 2010, en we hebben dus nog 5 jaar om dat klaar te spelen. Misschien is The Lugano Report aan een herdruk toe. Wie mag er over 40 jaar mee in Noach’s bootje?

China's boom 2008 #2
Sichuan, China, 2008 © mirrormundo

Het gaat om het idee! Eco-tax & de Win-Win-mythe

January 11, 2010

Dat de behaalde resultaten op klimaattop in Kopenhagen vorige maand niet aan de verwachtingen voldeden is geen verrassing, wel een verr-ass-ing. Terwijl burgers en bedrijfsleven er bij regeringen op aandringen maatregelen te nemen (omdat zij zelf als consumenten en producenten geëigend zijn om voorang te geven aan economische principes als eigenbelang, concurrentie, rendement, kostenbesparing, etc), speelt de politiek de bal terug naar burger en bedrijfsleven (eigen verantwoordelijkheid en marktwerking). In het huidige economische model kunnen allerhande ideeën als product aan de man gebracht worden, ook het milieu, zolang het maar zorgt voor economische groei. Zo zijn er subsidies op zuinigere auto’s of zonnepanelen mogelijk, of de gloeilamp kan verboden worden zodat de vraag naar spaarlampen toeneemt, of we kunnen postbus 51 adviezen opvolgen en de verwarming 1 graadje lager zetten, of we kunnen eens in de week een vega-burger eten. Zolang het maar verkocht kan worden, de markt stimuleert, en zo leidt tot een win-win-situatie. Maatregelen die op gespannen voet staan met dit principe, maatregelen die daadwerkelijk zoden aan de dijk zetten (of beter: ervoor zorgen dat we over 30 jaar geen zoden aan de dijk hoeven te gaan zetten), komen er niet door; en in tijden van een economische recessie al helemaal niet. Daarom heeft Balkenende (lid van een partij die de mens als hoeder en rentmeester van de schepping ziet) er bij de Europese Commissie op aangedrongen het Europese natuurbeschermingsbeleid af te zwakken t.b.v. economische activiteiten.

Ik geloof niet dat er op milieu gebied zoveel win-win-situaties zijn als het gaat om de spanning tussen economische groei (en bevolkingstoename) en de ecologische balans. Ik zie meer in een verlies-win-situatie: een eco-tax op alles wat schade toebrengt aan het milieu (fossiele brandstoffen, grijze-stroom, verpakkingsmaterialen, schadelijke chemicaliën, kinderen maken), en de opbrengsten van deze tax gebruiken voor het stimuleren van onderzoek naar en ontwikkeling van milieuvriendelijke alternatieven. Het excuus dat “alternatieven nu nog te duur” zijn gaat dan niet meer op: als je de fossiele brandstoffen per overmorgen 2x zo duur maakt zijn er ineens een heleboel alternatieven zeer rendabel. Stel bijv. dat je de wegenbelasting heft via de brandstofprijs. Dan maakt het veel meer uit of je wel of niet daadwerkelijk rijdt in je auto. Maar “oei, welke gevolgen zal dat hebben voor de prijzen van levensmiddelen!? Is dat niet slecht voor de koopkracht? Te revolutionair, kunnen we niet aan beginnen.” Het huidige beleid lijkt te suggereren: “we zien wel dat het anders moet, en we willen ook wel, maar we gaan onze manier van leven er niet daadwerkelijk voor veranderen; het gaat tenslotte om het idee!” Zo kan het idee om gerecycled electronica-afval te verwerken in een paar olympische medailles rekenen op applaus, maar het probleem van de e-waste echt aanpakken, dat is wat teveel gevraagd. Liever verliezen we ons in geneuzel over details:

Bio+ heeft bewust gekozen voor losse theezakjes zonder envelop. Dit leidt tot minder verpakkingsmateriaal dus minder belasting voor het milieu. De verpakking en de tea-tag (labeltje van het theezakje) kunnen bij het oud papier, de theezakjes bij het GFT-afval…

Toch pleit topambtenaar Bernard ter Haar van het ministerie van VROM voor een nieuw, groen belastingstelsel, waarin er door eco-tax 8 miljard kan worden bespaard op de overheidsuitgaven (die door de crisis aanzienlijk zijn). Maar wie heeft er na Kopenhagen vertrouwen in dat dat gaat gebeuren? 12 jaar geleden strandde de eco-tax al onder paars, en we weten hoe Balkenende denkt over milieumaatregelen die slecht voor de economie zijn. Maar evengoed dapper van Bernard ter Haar, het gaat tenslotte om het idee…

recylce

Kroon op de Schepping; humanisme op dood spoor?

January 10, 2010

2010… Het jaar van Darwin is voorbij. Het jaar waarin de strijd geleverd moest worden tegen het neo-creationisme. We werden er aan herinnerd dat dankzij mensen als Darwin (en Pasteur, en Mendel, en Hennig) de Mens niet de kroon op Gods schepping is. Zo heeft voortschrijdend inzicht in de evolutie bijvoorbeeld de klassieke taxonomie langzaam aan vervangen door de cladistiek. Taxonomie is eeuwenlang de hobby geweest om soorten in hokjes in te delen volgens eigen logica en associaties. Zo hebben onze voorouders de homo sapiens een aparte plaats gegeven in de evolutie (toen nog schepping geheten): namelijk de 1e plaats. Daarnaast (of liever: daaronder) had je dan nog “de planten” en “de dieren”, elk weer onderverdeeld in groepen van soorten die gelijkenissen vertoonde (alles met vleugels is een vogel, alles wat zwemt is een vis). Elke soort had zijn eigen ontstaansgeschiedenis: krokodillen kwamen voort uit rottende boomstammen, muizen uit oud hooi, bladluis uit dauw, en “de Mens” uit het Paradijs.

Hoewel het idee van evolutie (bijv. dat “de Mens” afstamt van de apen) enigszins ingang heeft gevonden, wordt er doorgaans nog gesproken in termen van “de Mens” t.o.v. “de dieren”, alsof alle dieren meer met elkaar gemeenschappelijk zouden hebben dan met “de Mens”. Deze laatste zou zich onderscheiden van “de dieren” qua intelligentie, gevoel, en belangrijker: moraliteit. Dit zou ons tot kroon op de schepping maken (ongeveer zoals de aarde het middelpunt van het heelal was, tot Copernicus en Galilei). Maar ondanks dat het idee dat wij afstammen van apen enigzins geaccepteerd is, blijft het idee van “de Mens als kroon op de schepping en middelpunt van het universum” hardnekkig voortleven in de beleving van velen onder ons. Even bijspijkeren dus:

Wij stammen niet zozeer “af” van de apen, wij ZIJN apen; net zoals dat wij zoogdieren zijn, en gewerfelden. En als apen behoren wij tot de smalneusapen, net als de makaken, bavianen, meerkatten, en bladapen. Kortom: wij zijn maar een soort (homo sapiens), die deel uitmaakt van het geslacht homo, dat deel uitmaakt van de stam hominini, die deel uitmaakt van de familie hominidae, die deel uitmaakt van de orde primaten, die deel uitmaakt van de klasse zoogdieren, die deel uitmaakt van de (sub)stam gewerfelden, die deel uitmaakt van het rijk der dieren, dat deel uitmaakt van het domein eukaryoten (net als de planten).

Deze (amper 150 jaar oude) inzichten aangaande “de plaats van de mens” in “de schepping” heeft niet alleen gevolgen voor het christelijke (en andere religieuze) wereldbeeld(en), maar ook voor het humanistische. Ook het humanisme heeft de mens altijd een speciale plaats in het universum toegekend. De mens zou, anders dan de dieren, een rationeel wezen zijn, een moraal kennen, en verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor zijn daden. Ik denk dat als wij onszelf en ons gedrag beter willen begrijpen, het geen kwaad kan om soms wat “verder uit te zoomen”, wat meer afstand te nemen. Helaas worden wetenschapstakken als sociobiologie en genetica nog steeds (ook door humanisten) geassocieerd met “het recht van de sterkste” en eugenetica. Meer nog dan de elementaire-deeltjes-fysica (Bohr, Einstein) geassocieerd wordt met Hiroshima, blijft er een wantrouwen bestaan tegen leden van onze soort die zich bezig houden met genetica en evolutie. En nou vraag ik me af: is dat vanwege de recente geschiedenis (waarin sociaal-darwinisme gebaseerd was op het on-darwinistische idee van “recht van de sterkste”), of is het omdat de christelijke cq. humanistische mens huivert zijn status van rationeel, moreel, en verantwoordelijk wezen op te moeten geven?

Nu is een te verwachten tegenwerping dat het een natuurlijke neiging is om jezelf en de jouwen (dorps-, land- of soortgenoten) centraal te stellen. Maar humanisten (en veel christenen) willen zich wel onderscheiden van bijvoorbeeld nationalisten, racisten, etc. Terwijl die zich ook beroepen op het feit dat het natuurlijk is om met je eigen “soort” (ras- of landgenoten) je eigen leven in je eigen cultuur en habitat te leiden. En ook religies als het hindusime of het judaisme beschouwen hun geloof als behorend bij hun cultuur en gepast voor hun volk: Indiërs resp. joden. Nationalisten, nationaal-socialisten, fascisten, racisten, hindustanen en joden zijn in die zin niet evangelistisch, menen niet dat hun normen en waarden universeel zijn. Christenen, moslims, socialisten, humanisten en democraten geloven dat doorgaans wel.

Waar ik specifiek op doel is dat het humansime “de mens” centraal stelt als een abstracte categorie: alle mensen maken er gelijkelijk deel van uit, en de rest van de natuur niet. Dit is vaak aangegrepen door “volkse” denkers als Heidegger, maar ook door ecologisch humanisten als bijv. Wouter Achterberg en Marcel Wissenburg. Van de laatste citeer ik uit zijn artikel Ecologie en hedendaags humanisme:

“Het humanisme is noodzakelijkerwijs een normatief denken. Modernistische humanisten karakteriseren het als een levensbeschouwing (een missie voor het menselijk leven) […], waarin de mens de maat van alle dingen is […] in vrijheid geboren en tot autonomie bestemd. Postmodernere humanisten zijn misschien bescheidener door te benadrukken dat de mens als norm voor alle dingen zelf een sociale constructie is, een product van normen met een disciplinerende werking […]. Voor elke humanist is de mens echter iets anders dan de natuur […] In het humanisme als perspectief op moraal heeft de natuur een dienende rol: ze maakt het ons mogelijk de mens te situeren. De relatie tussen mens en natuur lijkt er steeds een te moeten zijn van een (relatief) dikke-ik versus zielloze, willoze wildernis. Het humanisme is […] de verheffing van de mens […] Aan het milieu, dat wil zeggen de natuur in haar rol van onze maakbare en bruikbare omgeving, onttrekken we alle grondstoffen waarmee de goederen en instrumenten worden gemaakt om in onze meest noodzakelijke levensbehoeften te voorzien. Het milieu is, met andere woorden, een randvoorwaarde van de randvoorwaarden van een menswaardig bestaan – mijlen verwijderd van de grote humanistische vragen rond zin en waardigheid. […] De natuur geeft niet, het milieu wordt genomen – het humanistische dikke-ik met zijn consumentenmentaliteit slaat weer toe.”

Zonder het humanistisch project te diskwalificeren, denk ik wel dat het humanisme hierover bij zichzelf te rade moet gaan. Er is vandaag de dag een groeiend sentiment dat vaak wordt weggezet als “extreem-rechts” vanwege een nationaal-socialistische denktrant, maar wat op sommige punten ook links te noemen is: verwerping van liberalisme, kapitalisme en globalisering, en nadruk op kleinschaligheid, lokaliteit, binding met de natuur en de “eigen grond”, etc. (Sommigen hechten er zelfs belang aan te geloven dat Hitler een vegetariër was). Hoe gaan de humanisten (liberalen en socialisten) zichzelf (her)definiëren t.o.v. deze nieuwe tendensen in deze “post-moderne” tijden?

evolution

Hoeders van de Moraal; pop-muziek & zelf-censuur

January 10, 2010

Reagerend op & aansluitend bij Rob Wijnberg’s pleidooi voor vrijheid van meningsuiting, de verwoording van mijn ontsteltenis:

Schandalig dat de Azijnfabriek in Roermond uit eigen beweging het concert van Temnozor heeft gecanceled. Op het journaal zeiden ze geen duidelijk bewijs te hebben voor Temnozor’s banden met extreem-rechtse groepen, nu zijn ze de AIVD en burgemeester Beers vóór door een mogelijk verbod niet af te wachten! Hoe slap, hoe onterecht en hoe averechts de uitwerking:

onterecht: Moest de AIVD denken aan extreem-rechts bij song-titels als: “wintry dream”, “prince of the sacred silence”, “in the crowns of ancient oaks the wind is crying so silent”, “from the melted snows thee shalt ask our names”, “as the autumn razors sing above my veins”, “sorcery is strengthening the black glory of russia”, “tell me ye scarlet dewscented sunrises”, etc…? Of zijn ze misschien geschrokken van de CD’s en flyers met daarop ridders en vikingen in besneeuwde dennebossen, mystieke verschijningen in donkere gewaden, en zelfs wolven met een fluit in hun bek (geen grap!!!)… Temnozor, die zich distantiëren van NSBM (nationaal-socialistische black metal, ja het bestaat…), en zich scharen onder de pagan metal (tja) lijkt mij een typisch voorbeeld van romantisch gothic/metal (lees post-modern) gekoketteer met mytisch heroisme en occultisme…

averechtse uitwerking: De pubers en adolescenten die zich in deze kringen begeven zullen zich bevestigd voelen in hun complot-denken, en hun groepsidentiteit zal alleen maar versterkt worden: de vijand (hun vijand, de liberale, casino-kapitalistische maatschappij, gebaseerd op joods-christelijke waarden) heeft zich wederom gemanifesteerd…

Het lijkt alsof men in de 21e eeuw niet meer in staat is fictie van non/fictie te onderscheiden, te relativeren (d.w.z. dingen in perspectief te zien), en te nuanceren… Dat geldt voor zowel de gothic/metal fans, als de kleinburgerlijke intolerante populisten. De eerstgenoemde groep profileert zich overdreven duidelijk, maar durf ik met een korreltje zout te nemen. De tweede groep is enger, dat zijn de proto-fascisten die zich verschuilen achter “braaf burgerschap” en “strijd voor de vrijheid”, terwijl ze geen notie hebben van het idee open society. De angst voor alles wat niet past in hun verwende kleinburgerlijke denken vertaalt zich in xenofobie, en laat geen ruimte voor relativering, perspectief en nuance.

In 1987 was het blijkbaar nog geen issue dat een metalband voor een enorm publiek in de Jaap Eden-hal scandeerde: “Auschwitz, the meaning of pain, The way that I want you to die, Slow death, immense decay, Showers that cleanse you of your life, Human mice, for the Angel of Death, Four hundred thousand more to die, Destroying, without mercy, To benefit the Aryan race, Inferior, no use to mankind, Strapped down screaming out to die…” 23 jaar later mag een band niet optreden voor een klein publiek in een klein zaaltje omdat hun CD is uitgebracht op Hakenkreuz Productions (waarschijnlijk omdat geen ander label brood zag in de blokfluit-metal van Temnozor, met songtitels als “in the crowns of ancient oaks the wind is crying so silent”).

Moeten we de texten/ideeen van Slayer, Temnozor (of Rammstein, Marilyn Manson etc.) serieus nemen? Moeten we CD´s gaan screenen of er geen verborgen boodschappen in zitten? (achterste-voren afspelen is lastiger met CD’s). Moeten we stickers gaan maken met “WAARSCHUWING: EXTREEM RECHTSE INHOUD”? Zal het helpen? En waar tegen dan? Dat recalcitrante puberale en romantisch ingestelde gothic-drama-queens (m/v) precies die aandacht krijgen waarnaar ze op zoek zijn? En moeten we dan niet ook bands die een “extreem-links” gedachtengoed uitdragen, en zich niet openlijk distantiëren van Stalin’s of Mao’s beleid, censureren? Krijgen we weer die “onverwerkt verleden” discussie van Bolkestein?

Waarom die viking-romantiek serieus nemen? Dat zgn. taboe-doorbrekende gekokketteer met anti-christelijke waarden bestaat al sinds Alice Cooper en Black Sabbath; sterker nog: al sinds de opkomst van esoterische en occulte genootschappen in de Renaissance en de Verlichting! Op het moment dat er een strafbaar feit gepleegd wordt zal de wet gehandhaaft moeten worden; zoals dat op alle fronten geldt. Zoals Noam Chomsky het in een debat over ontkenning van de holocaust terecht stelt: “Vrijheid van meningsuiting (of academische en artistieke expressie) kan niet alleen maar gelden voor meningen die door de grote meerderheid gedeeld worden. Ze geldt JUIST voor afwijkende geluiden. Wie dit niet onderschrijft is niet voor vrijheid van meningsuiting.” (zie hiervoor de affaire Faurisson)

Uiteindelijk leidt dergelijke censuur tot een samenleving waarin een groep “hoeders van de moraal” bepaalt wat door de beugel kan. Ik ken een aantal van dat soort landen, westers (bijv. USA) en niet-westers (bijv. Iran), en ik zou er niet willen wonen! Zie ook Zappa’s strijd tegen censuur:
http://en.wikipedia.org/wiki/Frank_Zappa#Senate_testimony
http://www.youtube.com/watch?v=YZW3TazHW3E
http://www.youtube.com/watch?v=onnjFhmwnbI
http://www.youtube.com/watch?v=RzXOD9QRWN4
http://www.youtube.com/watch?v=k0MwPDaLhJM
http://www.youtube.com/watch?v=VTdTvK_d9lQ
http://www.youtube.com/watch?v=A_NUB4zZw7g
http://www.youtube.com/watch?v=Kebvj2I9VXo
http://www.youtube.com/watch?v=ZnaVE6NZxC4

Temnozor