Alsof het gedrukt staat; journalistiek ten dienste van burger of consument?

De verklaring van de minister-president bij de presentatie van het rapport-Davids over de Nederlandse steun voor de inval in Irak: “Wij hebben een beslissing genomen met de kennis die wij toen hadden…” Tja, op die manier zit je altijd goed. Om Max Pam te citeren:

“Bij de aanleg van de Amsterdamse metro is de boel ingestort, maar met de kennis van toen was er helemaal geen gevaar. Weliswaar is ons geld bij IceSave verdwenen, maar met de kennis van toen was het verantwoord om je centjes daar op een spaarrekening te zetten. Vervelend dat die Vietnamoorlog zo is afgelopen, maar met de kennis van toen moest het westen wel proberen stand te houden. Natuurlijk had Chamberlain nooit een pact met Hitler moeten sluiten, maar met de kennis van toen stond hij voor een voldongen feit.”

De conclusies uit het rapport van de Commissie Davids doet de vraag rijzen: Hoezeer laten burger en politiek zich leiden door geruchten die via de media worden verspreid en versterkt? Op zich al fascinerend hoe Balkenende verstrikt raakte in een media-circus door een te haastige verklaring die de burger (lees: media) van hem verlangde. Maar ik doel meer op de situatie in 2003: welke rol hebben de (internationale) media gespeeld bij de besluitvorming en de steun voor die oorlog? Door een subtiel samenspel van de enorme invloed en macht van de media enerzijds, en politieke manipulatie anderzijds, geloofde bijna iedereen dat Saddam al zo’n beetje onderweg was om het Westen te vernietigen. Achteraf bleek daar weing van te kloppen, en hadden we destijds ook niet de informatie om deze voorstelling van zaken te onderbouwen, maar toch hebben we (de nieuws-consumenten) en ze (de westerse politici) elkaar wijsgemaakt dat de zaken er zo voor stonden.

Dit heet spin (bij gebrek aan een goed Nederlands woord). Spin wordt doorgaans vertaald als propaganda, maar betekent letterlijk “draaiing”, wat een accuratere vertaling is omdat dat de essentie bloot legt. Propaganda suggereert een regisserende manipulator en een passieve ontvanger. Maar bij spin werken associatieve en suggestieve beweringen in op iedereen, door het rondzoemen van feiten, halve waarheden, en leugens, en zuigt zo alle betrokkenen mee in de draaikolk. En als het maar genoeg resoneert en spint op alle niveau’s, weet niemand meer te onderscheiden tussen feit en feedback. Een voorbeeld is dat van het afgelaste optreden van Temnozor.

Ooit dat NOS-promo-spotje gezien, waarin Sasha de Boer objectiviteit typeert als “voor elk wat wils: jong en oud”? Nieuws als entertainment dus, als een product voor een keur aan consumenten. En wat verwacht je anders in een systeem waarin alles wordt beoordeeld op afname (in casu: kijkersaantallen)?

Nu is objectiviteit een problematisch begrip als het gaat om nieuwsgaring en publicatie. Als je een verklaring van een regeringsleider uitzendt als nieuws, maar deze verklaring blijkt onjuist of eenzijdig, dan is jou rapportage ervan nog niet onjuist: het is immers een objectief nieuwsfeit dat deze leider deze verklaring heeft afgelegd. Maar misschien is je rapportage wel eenzijdig als je er verder niets bij vertelt… Er is namelijk ook nog zoiets als journalistiek gebaseerd op feiten-onderzoek, en op hoor-en-wederhoor. Zou informatie hieruit verkregen niet vaker de revue moeten passeren, opdat misschien niet zozeer objectiviteit, maar in ieder geval onpartijdigheid nagestreefd wordt? Media zijn niet neutraal, ze geven een selectie van feiten, interpretaties en verklaringen door, en bepalen daarmee de beeldvorming. M.a.w: het rondpompen van (al dan niet geverifieerde) informatie, onder het mom van “een gerucht of verklaring is ook een feit”, zorgt voor onjuiste of eenzijdige informatieverspreiding en copy-paste-accumulatie van geruchten. Om met Goebbels en Lenin te spreken: “een leugen 1000 keer verteld wordt vanzelf de waarheid.”

Er zijn verschillende mechanismen die hiervoor zorgen. Ten 1e het CNN-effect: alle aandacht is gericht op één kwestie, en iedereen verzamelt dezelfde informatie en komt met een zelfde soort verhaal. Hoe dit op elementair niveau werkt werd mij verteld door een vriend van mij die destijds in Kosovo was voor Elsevier. Terwijl er een leger aan journalisten met bloknotes, audio-recorders en camera’s gespannen aan het wachten was op het moment dat een belangrijk iemand uit een belangrijk gebouw zou komen om een belangrijke verklaring af te leggen, verloor de persoon die voor mijn vriend stond iets voor hém belangrijks (contactlens ofzo). Op het moment dat anderen om hem heen mee gingen zoeken zwaaiden alle camera’s richting de zoekende personen: daar was iets gaande! Tja, het zijn net mensen

Maar behalve dit kuddegedrag spelen er ook andere zaken, zoals vooringenomenheid en (zelf)censuur. Hoe groter de afstand qua betrokkenheid, hoe minder groot (en minder kwalijk misschien) deze vooringenomenheid. Maar als we ons bij het onderwerp betrokken voelen, of er middels een oorlog bij betrokken zijn, zijn we eerder geneigd een standpunt in te nemen. En de journalistiek is hierin niet anders. Huub Wijfjes (docent Journalistiek aan de RuG) stelde in oktober 2001 (een maand na de aanslagen op het WTC):

“In oorlog verandert berichtgeving in propaganda. Waar strijdende partijen zijn bestaat DE waarheid nou eenmaal niet, en daarom is een journalist gedwongen om positie te kiezen. Dat geldt overigens voor alle controversiele zaken. Het begint al met de woorden die je kiest.”

En de positie die meestal gekozen wordt is de minst controversiële. En als je er al voor kiest van het gebaande pad af te wijken zul je dat weten ook… Zo maakte Gerard Spong vorig jaar (2009) nogal wat los in het AVRO-programma Advocaat van de Duivel door op te treden als pleitbezorger van Osama bin Laden. Vanwaar die verontwaardiging? En waarom denken we zo zeker te weten datgene wat we alleen van horen zeggen (de media) hebben? Praten we elkaar (inclusief de media) niet teveel na, waardoor we onze eigen vooroordelen (gebaseerd op het rondpompen van gebiaste info) bevestigd zien?

Bijvoorbeeld: in de nacht van 7 op 8 augustus 2008 voerde Georgië een militaire operatie uit in de zich van dit land afgescheiden republiek Zuid-Ossetië. In de ochtend van 8 augustus rapporteerden enkele omroepen dit ook zo. Maar in de loop van de dag, tijdens de opening van de Olympische Spelen in Beijing, kopten de westerse media in koor: “Russische tanks rollen Georgië binnen”, en deze versie van het verhaal is onze waarheid geworden. De Ossetiërs, Russen, en Russisch-gezinden houden er hún waarheid op na, namelijk dat Georgië de aanval inzette, en Rusland hierop reageerde (zoals verteld in de speelfilm Olympus Inferno , en de documentaire War 08.08.08; the Art of Betrayal, en ook Emir Kusturica is bezig met een film over deze oorlog, met dezelfde strekking). Een jaar later werd in een voetnoot meegedeeld dat Europees onderzoek uitwees dat Georgië inderdaad de hoofd-agressor was, en zich gesteund wist door het Westen.

Nog een voorbeeld: Op 4 augustus 2008, 4 dagen vóór de Russische inval in Georgië, en 8 dagen voor de opening van de Olympische Spelen, toen we werden overspoeld door nieuws over Tibetaanse vrijheidsstrijders, was er ook een nieuwsbericht over een “terroristische aanslag” op een politiepost in de Chinese provincie Xinjiang. Deze bleek gepleegd door nationalistische Uygurs, een Turks (en grotendeels islamitisch) volk dat (net als de Tibetanen) sinds de 17e eeuw China op z’n nek heeft, en sinds 1865 ingelijfd is. “Zijn onze sporters in Beijing nu nog wel veilig daar?” vroeg een bezorgde nieuwsleester aan de correspondent ter plaatste (blijkbaar niet erg op de hoogte van de Chinese topografie). Terwijl de ene bevolkingsgroep (de Tibetanen) dus als vrijheidsstrijders werd geportraitteerd, werd een andere (de Uygurs) als terroristisch gebrandmerkt. Met de legitimering van de oorlog tegen het terrorisme, heeft China sinds 2001, met goedkeuring van de VS en haar bondgenoten, duizenden Uygur-“terroristen” kunnen vervolgen.

Blijkbaar hebben wij een manier gevonden om vrij snel te kunnen onderscheiden tussen de good guys en de bad guys, tussen agressor en slachtoffer, tussen vriend en vijand. Maakt niet uit hoe complex de situatie, wij menen als buitenstaander toch altijd te weten hoe de vork in de steel zit. En dat geldt niet alleen voor de publieke opinie en de media, maar ook voor de politiek. Nederland helpt “de Afghanen” in “hun strijd” tegen “de Taliban.” Maar wie zijn “de Afghanen” en wie zijn “de Taliban”?

Terwijl vroeger Nelson Mandela en zijn ANC hoog op de terrorisme-lijst stonden, zo zijn vandaag de Taliban en Al-Qaida de evil-doers. Wat het verschil is tussen beide, en wat de link is met de Mujahedin, daar hoor je de media zelden over, terwijl er wel bijna dagelijks bericht wordt over de situatie in Afghanistan en onze aanwezigheid daar. Om de haverklap duikt er in de media een terroristische organisatie op die “banden lijkt te hebben met Al-Qaida” (zoals begin van deze maand in Jemen). Maar terwijl de burger (of nieuwsconsument) het idee krijgt dat het terroristische gevaar geheten Al-Qaida omni-present is, bestaat er in kringen van experts twijfel over het werkelijk bestaan ervan.

“Een groeiend aantal analisten stelt dat het bestaan van een centraal (door Osama bin Laden) geleide organisatie een simplistische fantasie is. Osama bin Laden had geen formele organisatie voor het voeren van een internationale jihad totdat de Amerikanen ten behoeve van het strafproces tegen de organisatoren van de bomaanslag op de Amerikaanse ambassade in Nairobi in 1998 er een vóór hem verzonnen.”

(zie ook de documentaire: The Power of Nightmares, van Adam Curtis).
En nu heeft deze “spin” er vervolges voor gezorgd dat radicale moslim-jongeren vanuit diverse landen zich geïnspireerd voelen om zich aan te sluiten bij de internationale jihad.

Maar kan de journalistiek de burger wel informeren over de feiten (middels gedegen onderzoek) en de verschillende opinies (middels hoor-en-wederhoor), als er voortdurend gestreefd moet worden naar hogere kijkcijfers en een groter lezerspubliek? Misschien is het in dat geval belangrijker te luisteren naar de wensen van de afnemers (lezers/kijkers), en te concurreren met de buren. En is het misschien niet ook arrogant en elitair de consument iets door de strot te willen duwen waar hij/zij geen trek in heeft? Moet je de kijker/lezer misschien gewoon geven wat hij/zij wil: herkenbaarheid, een conflict tussen protagonist en opponent, en een spanningsboog? Moet nieuws vandaag de dag niet gewoon kort, bondig, eenduidig, to the point en herkenbaar zijn, aansluiten bij de belevingswereld van de consument, en voortborduren op wat hij/zij al denkt te weten? Het leven is al ingewikkeld genoeg…

bush in georgia

Advertisements

2 Responses to “Alsof het gedrukt staat; journalistiek ten dienste van burger of consument?”

  1. Djoerd Says:

    Mooi stuk!

    Naast “met de kennis van toen…” stel ik voor om ook de JP-frase “daar wordt verschillend over gedacht” in ere te houden 🙂

    Je moet je blog even combineren met Twitter om de gemeenschap op de hoogte te houden. http://twitter.com/DJ_OERD

    Groet,
    Djoerd

  2. Mirrormundo Says:

    ga naar de INHOUDSOPGAVE

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s


%d bloggers like this: