Archive for February, 2010

Goed fout is niet fout; it just smells funny

February 25, 2010

Gelukkig zit de Week van de Foute Film er weer (bijna) op. Waarom, vraag ik me af, zou je als publieke omroep, en zeker als VPRO, je kostbare zendtijd opofferen aan films die je doorlopend kunt bekijken op de commerciëlen? Misschien om kijkers uit je eigen publiek te bedienen die deze films wel vermakelijk vinden, maar alleen als ze ernaar kunnen kijken met een bepaald superioriteitsgevoel, omdat ze van hogerhand als “fout” zijn bestempeld? Predicaten als fout en camp legitimeren zo de waardering van “slechte smaak” vanuit een soort arrogantie; vanuit een houding van: “ik kan dit ook waarderen, maar om andere redenen dan het plebs dat dit écht mooi vindt.” Oprecht van nep-kunst (kitsch) houden is dom, maar op een nep-manier van fout houden is camp, en dus cool. Smaak als middel om je te onderscheiden dus. Dit onderscheid tussen “hoge” en “lage” cultuur is een afspiegeling van een tweedeling in onze samenleving: die tussen een hoger opgeleide elite, en een lager opgeleide massa (het Volk).

Maar waarom zou de smaak van het Volk toch “fout” zijn? Hoe is het gekomen dat een morele kwalificatie toegepast wordt op kwesties van smaak en esthetica? Tot de jaren ’70 werd het predicaat “fout” in morele zin voornamelijk gebruikt voor verraders, collaborateurs, en deserteurs. In deze context betekent fout dus afvallig, ontrouw, deloyaal, overspelig, zondigend. Maar in de jaren ’90 is “fout” als esthetisch predicaat (foute humor, foute snor, foute tattoo, fout kapsel, foute auto, etc.) in zwang geraakt als aanduiding voor een bepaalde smaak, en geassocieerd met een bepaalde bevolkingsgroep. (De relatie tussen fout als “camp” en “fout in de oorlog” werd een jaar of 10 geleden treffend neergezet in Jiskefet: “Mein Camp“).

Ik heb eerder al (Links, 2, 3, 4) de stelling verdedigd dat “rechts” gegijzeld wordt door links; Dat er in onze cultuur een bepaalde politiek correcte vanzelfsprekendheid overheerst t.a.v. opvattingen die je er wel en niet op na mag houden, en die compleet voorbij gaat aan het gedachtegoed van een groeiend deel van de bevolking. Volgens Maarten van Rossem (in zijn nieuwe boek Waarom is de burger boos?), bestaat Het Volk niet als homogene groep met gedeelde opvattingen. Kan wel zijn, maar één opvatting die ze wel delen is dat er sprake is van een “linkse” elite (een kliek) die de mentaliteit van politiek en media beheerst. Daarom zijn ze boos.

Waar Nederland vroeger 4 verticale zuilen kende, kan men er vandaag dus 2 horizontale ontwaren: die van de hoger opgeleiden, en die van de lager opgeleiden. De wijze waarop de elitede massa” definieert is niet nieuw, maar de wijze waarop de massa haar respect voor de elite heeft verloren wel. En terwijl de PVV hoog in de peilingen staat en de Telegraaf haar intrede doet in het bestel van de publieke omroep als Wakker Nederland, vreest de intellectuele elite de snelheid waarmee het populisme terrein wint. Duidt de angst voor het populisme dan niet in de eerste plaats op een crisis van de elite-identiteit? En verklaart deze angst misschien niet ook waarom “fout” synoniem is geworden met dingen die geassocieerd worden met “plebs“? Want (zoals de hoger opgeleiden weten): Angst leidt tot vijand-denken, waarin de groepsidentiteit vorm krijgt. En fout is degene die overspelig, afvallig, en ontrouw aan de groep is. En hoewel deze reactie niet zozeer te wijten is aan een samenzwering (zoals de PVV, TON en Wakker Nederland graag doen geloven), als wel het gevolg is van een blinde vlek, komt het stereo-typeren en vijand-denken blijkbaar niet van één kant.

Onze zuiderbuur David van Reybroeck schreef een pleidooi voor het populisme. Hij vat zichzelf bondig samen:

“In Vlaanderen en Nederland groeit de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden. Terwijl de eerste groep kosmopolitisch de globalisering bezingt, schaart de tweede zich achter nieuwe vormen van nationalisme. Laaggeschoolden dringen nauwelijks nog door tot het parlement. Vandaag zijn het veelal populistische partijen die de stem van de laaggeschoolden in de samenleving vertegenwoordigen. Net daarom vormt populisme niet noodzakelijk een gevaar voor de democratie. Populisme verwoordt een blijvend verlangen naar politieke betrokkenheid van het laagopgeleide volk. Er is niet minder, maar beter populisme nodig.”

Van Reybroeck mist een links-populistische partij in Vlaanderen en wijst naar de Nederlandse SP als partij die hier een voorbeeld van zou kunnen zijn. Maar ik betwijfel of Agnes Kant het maatschappelijk inzicht en de retorische kwaliteiten bezit om de foute kiezer terug te winnen.

Romania, BBQ 2006-7
Posedarje, Romania, 2006 © mirrormundo

Als de middelen het doel gaan heiligen

February 21, 2010

Virussen zijn eng. Of het nou computer-virussen of natuurlijke virussen zijn. Virussen zijn onzichtbaar, ongrijpbaar, en dringen zich als vreemde vijand van buiten naar binnen in ons midden. Eenmaal daar aangekomen verandert het de gang van zaken ten bate van zichzelf. Dat is de populaire definitie van virus en dat is eng. Toch zijn er in ons lichaam talloze micro-organismen met wie wij een symbiotische relatie hebben: die weliswaar voor zichzelf werken, maar toch een bijdrage leveren aan het geheel. Een bekend voorbeeld is dat van de darmflora; maar in feite zit het hele leven zo in elkaar: op gebied van biologie, sociologie en taal. Het verschil tussen eigen en vreemd is niet zo eenduidig.

En op het gebied van computer en internet is het niet anders: vele programma’s nestelen zich (vaak zonder dat we er erg in hebben, bijv. via automatische updates) in ‘ons’ systeem. Een voorbeeld is de anti-virus software. Deze doet je computer weliswaar trager functioneren, maar het resultaat is dat je systeem gevrijwaard blijft van virussen en spyware, waardoor je systeem misschien trager zou kunnen gaan functioneren. “Maar”, zal u zeggen, “dat is toch het ene kwaad afwenden met het andere?” Ja, precies, dat klopt. Het verschil tussen spyware/phishing, en scareware die wij niet zelf gebruiken, maar ons vertelt ons te beschermen tegen kwaad van buitenaf, ligt precies in de acceptatie ervan. En die acceptatie dan wel angst kan gemanipuleerd worden. AVG anti-virus bijv. presenteert zich als een krachtig middel tegen virussen en spyware, maar eenmaal geïnstalleerd op je computer is je processor voornamelijk bezig met het draaien van dát programma, en het ophalen van updates en het installeren van deze updates. En hetzelfde geldt voor de zoveelste automatische update van Windows Media-Player: uiteindelijk is je computer niet eens meer in staat een simpele MP3 af te spelen.

Stel je woont in een land als Somalië, en je hebt veel last van plunderaars: dan is het fijn als er een warlord of mafia-baas is die jou (tegen een prijs) tegen die lui beschermt. Maar je komt er al snel achter dat de service die deze lui bieden in vele opzichten lijkt op het kwaad dat ze bestrijden. Als er dan uiteindelijk een stabiele samenleving is met een functionerende civiele en juridische infrastructuur, dan is het fijn als die overheid jou beschermd tegen de warlords en mafia-bazen. Maar uiteindelijk betaal je altijd een prijs, en is jou instemming ermee afhankelijk van een afweging van kosten en baten. Veel Amerikanen (vooral in het zuiden) zien het verbod op persoonlijk wapenbezit nog altijd als een gevaar van buitenaf, dat de burger het fundamentele recht op zelfverdediging ontneemt, en de staat opzadelt met een taak die ze niet aan kan; namelijk het beschermen van haar burgers. En in de beroerste wijken van Amerika’s grote steden (en die van andere landen) is dit realiteit: de politie heeft het gezag in die wijken verloren, en de inwoners organiseren zelf militia’s.

Mijn kosten&baten-afweging is deze: als ik een computer koop in 2010, kan die de programma’s van 2012 al nauwelijks meer aan, laat staan alle updates van 2013 en later. Alles waarvoor mijn computer zich ziek moet melden (niet meer optimaal kan functioneren) definieer ik als virus; of het nou om virussen, spyware, anti-virus-programma’s of updates gaat. Daarom heb ik mijn computer die ik voor audio- en video-bewerking gebruik niet aangesloten op internet, en is die nog net zo snel en stabiel als op de dag dat ik ’em kocht. En alle nieuwe gadgets die ik daardoor misloop haal ik wel weer in als ik een nieuwe computer koop die afgestemd is op de software van dan…

Maar afgezien van programma’s die zich in je systeem vestigen, gebruik maken van je processor en geheugen, en zodoende je computer trager maken, is het internet op zich al een gebied waar eigen en vreemd anders zijn dan het lijkt. Al je google-searches, mails, twitter-tweets en online aankopen worden gescreend door programma’s om jou te linken aan adverteerders. Op het net ben je zelf net zoveel product als consument (gebruiker); hoe anders zou het mogelijk zijn dat het allemaal gratis is?. Iedereen vult op z’n facebook, myspace, twitter, etc. z’n persoonlijke gegevens in, zonder zich af te vragen of deze informatie (de naam van je huisdier) interessant is voor je mede-gebruikers, of voor de aanbieder. Het is de aanbieder die op zoek is naar klant-profielen, en hij wil het liefst een zo duidelijk mogelijke klant, waarvan voorspelbaar is wat hij/zij zal kopen. Uniformering van de gebruiker (“andere klanten bestelden ook dit”) is daarbij een volgende stap (een proces momenteel in ontwikkeling). I.p.v. ons zorgen te maken over het geheugen en de processor van je computer, zouden we ons meer zorgen moeten maken over de invloed van de pre-fab internetproducten op je eigen brein, en hoe ons online gedrag zich meer en meer conformeert aan dat wat de aanbieder graag ziet.

google

De schone schijn van Ecosia; publiek vs. privaat…

February 19, 2010

Sinds het faillisement van het communisme begin jaren ’90 hebben we voortdurend te horen gekregen dat het idee van de maakbare samenleving passé was, en we zoveel mogelijk moesten overlaten aan de markt. In het kader van een terugtredende overheid werden vervolgens openbaar vervoer, nutsbedrijven en gezondheidszorg geprivatiseerd. 20 Jaar later is het verwijt aan de financiële wereld dat banken, verzekeraars, en andere voor de samenleving belangrijke instanties hun functie van nutsbedrijf zouden hebben verloren, en hun primaire doel uit het oog verloren te hebben: namelijk het verlenen van service aan de klant i.p.v. het behagen van de aandeelhouder.

Pardon? Een bedrijf is er niet voor het publieke goed, maar om te overleven en winst te maximaliseren! Voordat je een nutsbedrijf privatiseert dien je daarom van tevoren na te denken over de publieke functie ervan, en of die te verenigen is met de essentie van een commercieel bedrijf, zijnde overleving (lees: winstmaximalisatie). Dit verwijt (van o.a.de commissie De Wit) is dan ook een erkenning van het manco van het fundamentalistisch liberalisme voor de democratie: deze ideologie werkt misschien wel efficiënter voor een selecte groep (degenen die meedingen in de winst cq. ontvangers van bonussen), maar niet voor de burgersamenleving als geheel. Daarvoor hebben we nu juist een overheid! De balans lijkt een beetje doorgeslagen van een alles-regulerende-overheid, naar een niets-meer-regulerende-overheid. En als de overheid geen regels stelt en toezicht houdt, bepaalt de markt hoe de dingen gaan. 20 Jaar na de val van het communisme, en 1 jaar in de economische recessie, lijken we weer op het zelfde ideologische punt beland als 170 jaar geleden, toen arbeiders en intellectuelen in Frankrijk en Duitsland zich afvroegen of er geen alternatieven waren voor het kapitalisme, die een eind zouden maken aan de exhorbitante zelfverrijking van een kleine elite.

Hoewel er veel af te dingen valt op de documentaire The Corporation (te theatraal aangezette diagnostische toon en te idealistisch-activistische toonzetting van de conclusie), zouden meer mensen deze film moeten gaan kijken. Deze documentaire laat namelijk op indringende manier zien hoe bedrijven, ingebed in een door concurrentie gedreven economisch systeem, gedwongen worden om egoïstische keuzes te maken, en zich tegelijkertijd voorbeeldig (wat dat ook moge zijn volgens ‘de markt‘ op dat moment) moeten profileren. (Een andere aanrader in deze categoerie is Enron; The Smartest Guys in the Room).

Vandaag de dag is green-washing (een duurzaam imago ventileren) dé manier om je marktaandeel te vergroten. Zo hebben Microsoft en Yahoo een zoek-machine (search-engine; zoals Google dat ook is) in het leven geroepen (Ecosia), die pretendeert dat elke online zoekopdracht 2 m² aan regenwoud redt (zo zouden ze al 30.857.563 m² regenwoud gered hebben), en 80% van de inkomsten over te maken aan het WWF.

Echter, Ecosia heeft zelf geen zoekresultaten, maar gebruikt die van Bing (Microsoft) en Yahoo; twee bedrijven die achteraan liggen bij het gebruik van groene energie voor hun enorme serverparken (dan doet Google het beter). Verder gebeurt dat weggeven van dat geld aan het WWF alleen als mensen klikken op gesponsorde links; dus links van bedrijven die willen dat je meer consumeert (hoe meer consumptie, hoe groener zeg maar)… In essentie gaat het dus om een marketingwedstrijd tussen Microsoft en Google. Microsoft gebruikt alle mogelijke marketingmethoden om het marktaandeel te vergroten (ook niet zo ecologische). Ecosia lijkt daarmee dus een zinloos initiatief; leuk als fondsenwerving voor het WWF, maar weinig effectief. De besparing zou een stuk groter zijn als zowel Google als Microsoft alleen nog maar groene energie zou gebruiken. (Maar zolang dat niet het geval is kun je als individuele gebruiker beter minder consumeren en vlees eten, dan bereik je een stuk meer voor het regenwoud)…

En dergelijke marketingstrategieën zijn niet voorbehouden aan alleen commerciële bedrijven, maar ook politieke partijen, keurmerken en non-profitorganisaties staan voor de keuze: “gaan we voor onze principes, of voor het draagvlak cq. de achterban?” Ook deze organisaties hebben te maken met uitslagen van marktonderzoeken, adviezen van hun PR-afdeling, etc. Toen de dierenbescherming begon te vermoeden dat de confronterende aanpak van de jaren ’70 (beelden uit de bio-industrie), minder aansloeg dan leuke prijsvragen en knuffel-zeehondjes, ging het roer om: Ze begonnen in te zien dat het voor het voortbestaan van de organisatie niet gaat om een abstracte doelstelling (presenteren van “de waarheid” voor het bewerkstelligen van “gerechtigheid”), maar om het werven van donoren. Sindsdien neemt de Dierenbescherming dan ook meer voorbeeld aan een publieks-strategie als dat van Animal Hospital en Animal Rescue (ingaan op het sentiment en concrete indivuduele gevallen), en hoor je zelden nog iets over de (structurele uitwassen van de) bio-industrie.

Dit is slechts een populistische move om zieltjes (klanten) te winnen, maar er zijn ook ernstigere voorbeelden… Keurmerken zijn niet zomaar stempels van goedkeuren ter informatie van de klant: keurmerken zijn een middel om je imago op te poetsen. Het mogen voeren van een keurmerk is dan ook niet gratis, en inmiddels uitgegroeid to een miljoenen business. Het misleidende is echter dat klein(schalig)e producenten zich het financieel niet kunnen veroorloven om een keurmerk te mogen voeren, terwijl grote bedrijven zelfs invloed hebben op de eisen die het keurmerk stelt. Een voorbeeld is het ik-kies-bewust-logo. Een ander voorbeeld: het miljarden bedrijf Marine Harvest, de grootste zalmkweker ter wereld, is een van de vervuilenste industrieën voor de kust van Noorwegen, Chili, en nog een groot aantal landen. Maar voor €100.000 per jaar mag het bedrijf het logo van het Wereld NatuurFonds voeren, zonder de productiemethoden milieuvriendelijker te hoeven maken. Tja, de vraag naar greenwashing drijft de prijs behoorlijk op…

Organisaties zijn er om zichzelf in stand te houden; m.a.w. een organisatie is aan dezelfde darwinistische wetten onderworpen als een organisme. En deze wetten zijn geënt op overleving van de meest op de omgeving aangepaste (lees: populistische) partij. Ik ken dan ook geen organisatie die zichzelf heeft opgeheven vanwege behaalde doelstellingen. Sterker nog: zij beconcurreren gelijkgezinden! De gemeentes Alkmaar en Den Helder bijvoorbeeld, hebben voor hun duurzaam inkoopbeleid advies ingewonnen bij Stichting Max Havelaar. Die heeft hiervoor criteria opgesteld waaraan alléén Max Havelaar zélf voldoet. Het Eko-keurmerk, Utz Certified en Rainforest Alliance vallen buiten de boot.

Voor commerciële instellingen is er geen verschil tussen doel en middel. De omgeving (markt) bepaalt de wijze waarop (cq. de middelen waarmee) je succes boekt, en hoe dat succes er inhoudelijk (qua doelstelling) uitziet is van geen belang; zolang het maar werkt (lees: verkoopt). En hetzelfde lijkt te gelden voor populistische politieke partijen: het maakt niet uit of je consequent bent, of dat je je doelen bijstelt al naar gelang het publiek daar om lijkt te vragen, als het maar werkt. Non-profit organisaties hebben een doelstelling anders dan winst-maximalisatie, en moeten continu afwegen welk middel het best ingezet kan worden om een bijdrage te leveren aan het doel, zonder dat doel te verloochenen. Maar als de middelen het doel gaan dicteren, ben je verloren voor wat betreft je (ideële) doelstelling. Daarin ligt ook het dilemma van onze tijd: we eisen maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) van commerciële bedrijven, en markt-conform opereren van publieke instellingen, zonder stil te staan bij de vraag of een organisatie deze dubbel-rol kan spelen.

En daarmee raken we aan de essentie van het verschil tussen publiek en privaat (resp. burger en consument): Organisaties zijn geneigd tot zelfbehoud, zoals organismen dat zijn; en zeker organisaties die het zelfbehoud en winstmaximalisatie in hun statuten hebben staan (lees commerciële bedrijven). Publieke instellingen en nutsbedrijven zijn ook organisaties, en onderhevig aan dezelfde mechanismen, maar hebben primair een publieke (niet in de 1e plaats commerciële) doelstelling, en moeten in die zin producten van (of er in ieder geval voor) de burgerlijke samenleving zijn. Hiervoor dienen zij onderworpen te worden aan een toezicht dat niet (alleen) onderworpen is aan de wetten van de markt, maar (ook en vooral) aan de doelen van de burgermaatschappij (aan datgene wat wij met elkaar, buiten de markt om, wenselijk achten).

In die zin zijn we weer terug bij af: de oplossingen voor de problemen van het kapitalisme waar Marx (en epigonen) mee kwam bleken niet tot het gewenste resultaat te leiden, maar de euvels van het kapitalisme blijven ook nu nog bestaan.

zeehond

Kilometerheffing; de vervuiler betaalt?

February 11, 2010

De auto-eigenaar betaalt WA-verzekering en wegenbelasting naar het gewicht van de auto, ongeacht deelname aan het verkeer en weggebruik. Dus wil je iets doen aan deze onrechtvaardige kostenverdeling, en daarbij aan de files en milieuvervuiling, moet je niet bij de autoeigenaar, maar bij de automobilist zijn: degene die daadwerkelijk zijn/haar auto in beweging heeft. Dat klinkt zinnig…

Maar waarom toch is men aan de slag gegaan met het onzalige en kostbare systeem van de kilometer-heffing?
1] De inwerkingstelling van het kilometer-rijden is beraamd op €4.000.000.000, en de onderhoudskosten op €1.000.000.000 per jaar. Daar kun je de betaalbaarheid en kwaliteit van het openbaar vervoer behoorlijk mee stimuleren.
2] Naast het file-argument voor het invoeren van de kilometer-heffing, is er het argument dat het plan aansluit bij het concept ‘de vervuiler betaalt‘. Maar of je auto nou 1200 kilo of 2500 kilo weegt, men betaalt evenveel per afgelegde kilometer, omdat er boven 1150 kg geen differentiatie bestaat in het plan. (Wat weegt een vrachtauto?) Het aantal gereden kilometers zegt dus weinig over brandstofverbruik (heb je een zuinige auto of niet?) en milieuvriendelijkheid (heb je een old-timer uit het leger of een Toyota IQ?).
3] Verder besteedt de overheid de opbrengsten van de kilometerprijs uitsluitend aan wegen en andere zaken die te maken hebben met de mobiliteit, en dus vervangt het plan eigenlijk alleen de Motor-Rijtuigen-Belasting (MRB, oftewel wegenbelasting), en lijkt het milieu van ondergeschikt belang.
4] Naast de MRB wordt ook de Belasting op Personenauto’s en Motor-rijwielen (BMP) afgeschaft. Hierdoor groeit het wagenpark (krijg je meer auto’s), terwijl de productie van auto’s ook z’n milieu-tol eist…

Waarom niet gekozen voor verhoging van de brandstofprijs? Daarin kun je 1] de brandstof zelf, 2] de wegen-belasting, en 3] de WA-verzekering op een meer rechtvaardige manier verrekenen. En dan heb je als automobilist zelf invloed op wat je kwijt bent door de hoeveelheid kilometers die je rijdt, en hoe zuinig je rijdt (gewicht, bouwjaar, rijstijl).

Verder: de milieubelasting van de auto is niet inherent aan het soort en de hoeveelheid brandstof dat deze verbruikt, en moet dus niet gemeten worden aan de pomp, maar aan de uitlaat. Derhalve kan tijdens de sowieso al verplichte jaarlijkse APK-keuring, waar ook getest wordt op emissie van CO2, roet, en andere schadelijke stoffen, vastgesteld worden hoeveel eco-tax (milieu-belasting) er betaald moet worden over de belasting van het milieu. De betreffende auto kan dan op basis van deze meting een inschaling qua milieu-vriendelijkheid krijgen, en vervolgens een milieuheffing op basis van deze inschaling én het aantal gereden kilometers (vast te stellen bij de volgende APK-keuring of andere onderhouds-beurten). Vooral het soort brandstof, het bouwjaar, en het gewicht van de auto zullen hierop van invloed zijn, maar de inschaling dient plaats te vinden op basis van de gemeten uitstoot, want daar gaat het hier om. En als dan toch het aantal gereden kilometers bij de APK-keuring wordt vastgesteld, kan dit eventueel ook meegenomen worden in de berekening van de premie voor de WA-verzekering. Voor de werking van een dergelijk systeem kunnen we meteen bij onze buren te rade gaan, daar hebben ze namelijk reeds de car-pass ingevoerd.

Deze regeling is rechtvaardiger, én beter voor het milieu. Immers: automobilisten die veel rijden, hard rijden, en/of grotere, zwaardere, of oudere* auto’s rijden betalen meer; aan de pomp én via de milieuheffing. Dit zal leiden tot hogere kosten voor het daadwerkelijk rijden, en dus het onnodig verplaatsen van mensen en goederen ontmoedigen. Dit leidt tot meer efficiëntie (en wellicht een krimpende economie, omdat een belangrijk deel van de economie bestaat uit het heen en weer vervoeren van producten). Maar belangrijker: een hogere brandstofprijs is een incentive (stimulans) voor de verkoop en productie van zuinigere auto’s, en de emissie-inschaling is een incentive voor schonere auto’s. Beiden zullen onderzoek naar, en ontwikkeling van alternatieven stimuleren. Dit onderzoek kan daarenboven nog gesubsidieerd worden met middelen verkregen uit de emissie-heffing.

* Het sneller vernieuwen van het wagenpark klinkt milieu-vriendelijk, maar ook de productie van auto’s is milieu-vervuilend. Het afschaffen van de BPM met de invoering van de km-heffing betekent dat de vervuiling die de productie van nieuwe auto’s met zich meebrengt niet meer in de aanschafprijs verrekend zal worden.

China 2008, electric scooter
Ningxia, China © mirrormundo 2008

Hippocrisie; over kalverliefde, wormen in Naarden, en ander schijnheilig onbegrip

February 9, 2010

Na een hoofdelijke stemming heeft de Eerste Kamer dinsdag 2 februari ingestemd met het wetsvoorstel dat sex met dieren verbiedt. […] Ook porno met dieren wordt illegaal. Tot op heden is seks met dieren alleen strafbaar als het dier er aantoonbaar schade door ondervindt. […] In de nieuwe wet, opgesteld door PvdA-Kamerlid Harm Evert Waalkens, geldt het verbod altijd. Dat betekent dat het verbod ook geldig is als er geen sprake is van (aantoonbaar) pijn, letsel of benadeling van de gezondheid of welzijn van het dier. […] ”het is gewoon in strijd met de heersende zeden”, aldus Waalkens. […] Woordvoerder Smaling van de SP-fractie zei dat zijn fractie de wet steunt, omdat het een kleine stap op weg is naar een betere bescherming van dieren.

Zie hier het argument waarom de bescherming van dieren gebaat zou zijn met een verbod op sex met dieren. Blijkbaar hebben politici, waaronder toch redelijk wat juristen, geen notie van het verschil tussen het principle of harm (schade-beginsel) en het principle of offence (zeden-beginsel). Een onbegrip waar (sommige) dierenbeschermers al decennia tegen te hoop lopen. Het is kiezen of delen: verbied je sex met dieren omdat het in strijd is met de zeden (heersende moraal), of omdat de rechten cq. belangen van directe betrokkenen (de dieren in kwestie) ermee geschaad worden. Beide argumenten aanvoeren mag ook, maar weet dat het om 2 verschillende argumenten gaat! Ga niet de dierenbeschermer uithangen terwijl je eigenlijk alleen de opvattingen van gelijkgestemden (bepaalde morele waarden) verdedigt. Als ik mijn penis in een koe stop is dat strafbaar, maar als de dierenarts zijn arm erin stopt om er een kalf uit te trekken (omdat de huidige veeteelt zich geen natuurlijke bevallingen kan veroorloven), is dat prima conform de regels. Hoezo dierenbescherming? Zedenbescherming, dat is wat deze wet is! Niks tegen zo’n wet als er andere dier-beschermende wetgeving mee gepaard zou gaan, maar dit is hypocrisie! Ik zou hier nog even op door kunnen gaan, ware het niet dat Marco Fuhler mij reeds de woorden uit de mond gehaald heeft: zie hier

China 2008, Tenger desert
Tenger desert, China, 2008 © mirrormundo