Alice, buitenstaander of heldin in Wonderland?

Toegegeven: de decors zien er fantastisch uit en de 3D-effecten zijn ook geweldig (ik kan niet zeggen in vergelijking tot wat, want dit was voor mij de 1e keer dat ik een 3D-film zag). Maar het script van deze coming-of-age bewerking is een regelrechte verkrachting van Lewis Carroll’s boek uit 1865. Tim Burton’s Alice in Wonderland 3-D is dan ook geen verfilming van Alice’s Adventures in Wonderland (1865), maar een remake van de Disney-animatie uit 1951, toen de Koude Oorlog volop aan de gang was en Amerika in de ban was van het McCarthyisme en de Red Scare (de Amerikaanse versie van de Culturele Revolutie). Deze moralistische coming-of-age animatie (Alice is hier 19, i.p.v.8 jaar) staat zo bol van de 3D-actie dat de personages en Carroll’s spel met taal en logica er maar wat bij hangen. Het script voor Burton’s Alice in Wonderland is geschreven door Disney-scenariste Linda Woolverton, en voldoet geheel aan de Disney-formule en het profiel van de doelgroep: de Amerikaanse tiener. In tegenstelling tot Carroll’s boek, is het Disney/Burton-verhaal een klassieke strijd tussen good and evil. Het kwaad wordt belichaamd door een totalitaire koningin die met ijzeren hand regeert door haar onderdanen, haar hoflieden, en haar rode leger (!) angst in te boezemen onder het motto: “It’s better to be feared than loved“. (Burton/Disney heeft voor het moralistische rijmpje van Bates gekozen om de koningin te portretteren, en Carroll’s parodie erop totaal genegeerd). De goede partij is de witte koningin (uit: Through the Looking Glass and What Alice Found There, 1872), die Alice moet bevrijden van het kwaad. Verwees de animatiefilm uit 1951 naar het Soviet-regieme, de 3D versie uit 2010 lijkt de verwijzen naar de enemies of freedom uit ons post-Koude-Oorlog-tijdperk (Iran, Noord-Korea, China). Uiteindelijk overwint Alice het kwaad door het geloof in haar sociale plicht om het beste uit zichzelf te halen, het schier-onmogelijke te denken en streven naar de realisatie daarvan, en zo het goede te laten zegevieren over het kwaad.

Carroll’s oorspronkelijke boek (Alice In The Underworld, 1865) daarentegen was een maatschappij-kritisch verhaal over de strijd voor integriteit die de jeugd moet leveren in een streng moralistische maar tevens dubbelzinnige en hypocriete maatschappij. Wonderland is geen droom, maar staat symbool voor het Engeland onder koningin Victoria (Wonderland is dan ook een monarchie). Zoals alle samenlevingen waar zaken die als immoreel gelden (taboe zijn) publiekelijk ten schande gemaakt worden, en waar betrokkenheid bij immoreel gedrag iemands reputatie om zeep kan helpen, was Victoriaans Engeland behoorlijk schizofreen en hypocriet. Aan de oppervlakte golden er de hoogste zedelijke en morele standaarden, maar vlak onder de uiterlijke schijn was een subcultuur ontstaan waarin gerespecteerde burgers zich immoreel konden gedragen, zonder dat dit consequenties had voor hun reputatie; zolang er maar geen ruchtbaarheid aan werd gegeven. Gokken, prostitutie, en drugsgebruik waren wijdverbreid (in 5 van de 6 huishoudens werd opium gerookt, waaronder Carroll zelf), en deze schizofrenie zien we terug in Wonderland. In zijn beschrijving van de sociale werkelijkheid vanuit het oogpunt van de keurig opgevoede Alice, zijn volwassenen wreed, kinderachtig, onverantwoordelijk, impulsief en zelfgenoegzaam. Carroll hekelde dan ook het pedagogisch moralisme van zijn tijd waarin kinderen opgezadeld werden met een onrealistisch beeld van het leven en een maatschappelijke verwachting waaraan volwassenen nog niet eens konden voldoen.

Carroll’s Alice in Wonderland gaat over een 8-jarig meisje met een filosofische nieuwsgierigheid, dat met een kritische blik naar de wereld om zich heen kijkt;

“ready to accept the wildest impossibilities with all that utter trust that only dreamers know; and curious, wildly curious, and with the eager enjoyment of Life that comes only in the happy hours of childhood, when all is new and fair, and when Sin and Sorrow are but names; empty words signifying nothing…”

Tegelijkertijd is Alice een product van haar tijd: ze is beleefd, een beetje betweterig, en heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Maar ze is ook op de leeftijd dat ze vragen begint te stellen over de dingen die ze geleerd heeft, en de ongerijmdheden en hypocrisie van het gedrag van de wezens in Wonderland (de wereld der volwassenen). Ze zit daardoor voortdurend gevangen in een conflict tussen de leefregels die haar zijn aangeleerd (hoe de dingen wel of niet zouden moeten zijn), en de realiteit van Wonderland. Ze stelt voortdurend vooroordelen en onrechtvaardigheid aan de kaak, trekt als vanzelfsprekend geaccepteerde ongerijmdheden in twijfel, en neemt geen genoegen met een onbevredigend antwoord. (vgl: Hans Christian Andersen: De nieuwe kleren van de Keizer). M.a.w: Alice bevindt zich tussen de kinderlijke wereld van vrijheid, spontaniteit en fantasie, en de wereld van de volwassen met alle voor vanzelfsprekend aangenomen waarheden, sociale pressie en hypocrisie die daar bij horen. In Wonderland strijdt ze tegen de hypocrisie en ongerijmdheden van de wereld van de volwassen, en probeert ze te onderscheiden tussen “zin” en “onzin“. Alice staat open om nieuwe dingen te leren, maar dat betekent ook dat ze orde in de chaos wil creëren. Taal, logica, orde, etiquette, en respect zijn terugkerende elementen waarmee Alice worstelt in het vinden van haar identiteit. Carroll’s versie is in die zin, behalve een maatschappij-kritisch boek, ook een proto coming-of-age verhaal. De moraal ervan is echter 180° tegenovergesteld aan die van Disney/Burton.

Alice laat toe dat de vreemde wezens die de surrealistische wereld van Wonderland bevolken, haar commanderen en vertellen hoe zich te gedragen. Ze is onderworpen aan de vreemde regels van Wonderland, en krijgt het gevoel dat ze de hele tijd van alles verkeerd doet, zonder te begrijpen waarom. Carroll schetste hiermee zijn visie op de strikte maar tegelijk dubbelzinnige en hypocriete Victoriaanse moraal; met name in de opvoeding van kinderen (kinderen waren leuk om naar te kijken, maar niet om naar te luisteren). Alle dingen en mensen hadden hun rol en status, en het was aan de heersende machten om de sociale rolverdeling duidelijk te houden. Alice laat zich commanderen en beïnvloeden, niet omdat ze zelf geen mening heeft (integendeel), maar vanwege de vreemdheid en onvoorspelbaarheid van de situaties waar ze in beland laat ze zich inpalmen. Ze heeft in haar opvoeding niet geleerd hoe te handelen in een dubbelzinnige en onvoorspelbare wereld: haar wereld is logisch en gestructureerd. Daarom voelt ze zich niet veilig in Wonderland, en behoudt ze een zekere reserve en afstand. Ondanks het feit dat ze geleefd wordt, en zij zelf ook best enige invloed heeft op de gang van zaken in Wonderland, gaat ze er nooit in op: ze is een geïnteresseerde en geëngageerde getuige, een voorbijganger die zich niet compromitteert. Dit in tegenstelling tot Burton/Disney’s Alice, die de messianistische taak aanvaart om de wereld te redden, en zo haar roeping ontdekt. Haar ervaringen in Wonderland zijn een inwijdingsrite, een test van commitment, waar ze met glans voor slaagt.

Carroll’s Alice daarentegen is een kind dat verdwaald is in de onderbuik van Wonderland. Ze is verward, gefrustreerd, en terwijl ze wel geïnteresseerd is in wat er om haar heen gebeurt, begrijpt ze er steeds minder van. Ze probeert orde aan te brengen in de chaos, en zin te geven aan het onzinnige, maar door het gebrek aan strucuur en betekenis zwerft ze door Wonderland in verwarring. En hoe langer ze daar is, hoe liever ze er uit wil. Vanaf het moment dat ze in het konijnenhol valt bevindt ze zich in een wereld die ze niet begrijpt: de grond is letterlijk onder haar voeten weggetrokken, en ze kan haar evenwicht niet meer hervinden. Tegen het einde van het verhaal realiseert ze zich dat ze de touwtjes in eigen hand moet nemen, leiding moet geven aan de gebeurtenissen, wil ze kunnen dealen met deze wezens, en de controle over haar lot terugwinnen. Door haar besef dat de soldaten die achter haar aan zitten slechts kaarten zijn uit een spel, werpt ze de machtsstructuur omver, en ontsnapt ze uit Wonderland.

Carroll’s Wonderland is geen droom, maar verwijst naar het illusoire karakter van de sociale realiteit. Deze realiteit is de repressieve en hypocriete illusie die de moraal van de status-quo oplegt aan alle leden van de samenleving. Vijand van deze illusie zijn de kinderlijke fantasie en mind altering drugs (zoals de door Carroll’s gebruikte opium). Dit roept sterke associaties op met een keur aan (post)structuralistische schrijvers, waaronder Nietzsche, Foucault, Chomsky en Burroughs. Een passage uit The Soft Machine van laatstgenoemde:

“He took out some dried mushrooms and herbs and began cooking them in a clay pot. […] I drank the bitter medicine and almost immediately the pictures I had seen of Mayan artifacts and codices began moving in my brain like animated cartoons […] I felt a strange vertigo which I recognized as the motion sickness of time travel […] As I stepped forward into the clearing and addressed one of the workers, I felt the crushing weight of evil insect control forcing my thoughts and feelings into prearranged molds, squeezing my spirit in a soft invisible vise. The worker looked at me with dead eyes empty of curiosity or welcome and silently handed me a planting stick […] I have explained that the Mayan control system depends on the calendar and the codices which contain symbols representing all states of thought and feeling possible to human animals living under such limited circumstances. These are the instruments with which they rotate and control units of thought. I found out also that the priests themselves do not understand exactly how the system works […] Using the drug the doctor had given me, I took over the priest’s body, and gained access to the room where the codices were kept. […] Smash the control images, smash the control machine, burn the books, kill the priests! […] Inexorably as the machine had controlled thought feeling and sensory impressions of the workers, the machine now gave the order to dismantle itself and kill the priests. […] You see the priests were nothing but word and image, an old film rolling on and on with dead actors. […] Tidal waves rolled over the Mayan control calendar.” (William Burroughs: The Soft Machine (1961); ch. 7: The Mayan Caper)

Burroughs’ beschrijving van de hiërarchische en repressieve Maya-samenleving heeft een aantal kenmerken die overeenkomen met Carroll’s beschrijving van Wonderland:
– het hallucigene aspect van de beschreven wereld, die model staat voor de maatschappij,
– de beïnvloeding van het denken van de hoofdpersoon door vreemde wezens (burgers),
– het gebrek aan nieuwsgierigheid, openheid en kritisch denken van deze wezens (burgers),
– het repressieve aspect van taal, symbolen, ideeën, sociale conventies en geloofsystemen,
– het uiteindelijke inzicht dat die sociale werkelijkheid een illusie is, die bestaat bij de gratie van het geloof in de taal en symbolen.

Volgens Burroughs is The American dream als de Maya-cosmologie:

“America is not so much a nightmare as a non-dream. The American non-dream is precisely a move to wipe the dream ot of existence. The dream is a spontaneous happening and therefore dangerous to a control system set up by non-dreamers.”

Amerikanen zijn practical dreamers, zoals Disney/Burton’s Alice in Wonderland illustreert. Zowel de moraal van de film, als het concrete resultaat, komen over als een non-dream, als een protocol, als meer van hetzelfde: “an old film rolling on and on with dead actors.” Misschien omdat Burton al 30 jaar hetzelfde soort films maakt met dezelfde mensen, en Disney nog veel langer, maar waarschijnlijk ook vanwege een Victoriaanse erfenis die zijn neerslag heeft gehad op de Amerikaanse psyche. Net zo is volgens Carroll de Victoriaanse moraal als Wonderland: het is geen droom, maar een maatschappelijke structuur, gelegitimeerd door een hypocriete moraal, waar een enorme sociale druk vanuit gaat. Carroll’s oorspronkelijke titel (Alice In The Underworld) verwijst naar de maatschappelijke realiteit onder de uiterlijke schijn van oppervlakkige moraal. Alice ervaart dat haar ideeën over waarheid, realiteit, rechtvaardigheid en logica niet stroken met de sociale conventies in Wonderland. Maar i.p.v. zich daar aan aan te passen, en zich te laten ronselen voor een strijd van goed tegen kwaad, verzet ze zich, en kiest ze haar eigen pad. Sommige scholen verboden het boek vanwege deze subversieve strekking (alsmede “slecht taalgebruik, verwijzingen naar sexuele fantasieën, en neerbuigende beschrijvingen van onderwijzers en religieuze ceremonies”).

Het Disney/Burton verhaal daarentegen is júist een verbeelding van die oppervlakkige moraal, en ontbreekt het aan elke zelf-reflexie en maatschappijkritiek. Het is in feite een gecensureerde versie van Carroll’s verhaal (Alice eet natuurlijk niet van de paddestoel!), en zo herschreven dat het juist tot het soort moralistische propaganda is verworden dat Carroll zo hekelde. Carroll’s Alice zou, net als het kind in De Nieuwe Kleren van de Keizer (Hans Christian Andersen ), roepen: “De Disney/Burton 3D-versie loopt in z’n blootje!” Burton geeft dan ook toe in Blast Magazine dat hij “never really felt any real emotional connection to Alice in Wonderland; it was always a girl wandering around from one crazy character to another.” Het nieuwe script moest “some framework of emotional grounding” bieden, “to try and make Alice feel more like a story, as opposed to a series of events.” Dit “framework of emotional grounding” heeft dus geresulteerd in een één-dimensionale moralistische les: “Ontdek je roeping, en ga d’r voor!” In de laatste scene zien we hoe Alice lering heeft getrokken uit haar omzwervingen, volwassen is geworden, en haar kinderlijke dromen heeft verruild voor The American Dream: een carrière in de globale handel en kolonialisering van de wereld.

Alice @ the Tea Party

Advertisements

3 Responses to “Alice, buitenstaander of heldin in Wonderland?”

  1. Mirrormundo Says:

    ga naar de INHOUDSOPGAVE

  2. DJ Oerd Says:

    Goed onderwerp. mooie invalshoek: Carol vs. Victoriaans x Disney pro. Amerikaans moralisme.

    Over psychedelisch gesproken. Heb laatst Dr. Parnassus gezien van Gillian. Mooie film. Die had Alice in Wonderland mooi kunnen verfilmen!

    Maar uuuh …. wat is er mis met de les: “Ontdek je roeping, en ga d’r voor!” Kwam dat niet bij Aristoteles vandaan, dat idee van zelf-ontplooiing?

    • mirrormundo Says:

      Er is op zich nix mis met de les: “Ontdek je roeping, en ga d’r voor!” Maar de recht toe recht aan volwassenwording van Disney/Burton’s Alice is plat en typisch Amerikaans. Het doet geen recht aan Carroll’s kijk op de integriteit van kinderen/jongeren en de maatschappij-kritische kant van zijn verhaal.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s


%d bloggers like this: